Diese Präsentation wurde erfolgreich gemeldet.
Die SlideShare-Präsentation wird heruntergeladen. ×

Module Architectuurprincipes voor NAF Masterclass Enterprise Architectuur

Anzeige
Anzeige
Anzeige
Anzeige
Anzeige
Anzeige
Anzeige
Anzeige
Anzeige
Anzeige
Anzeige
Anzeige
Wird geladen in …3
×

Hier ansehen

1 von 36 Anzeige

Module Architectuurprincipes voor NAF Masterclass Enterprise Architectuur

Herunterladen, um offline zu lesen

Deze module van de masterclass gaat in op architectuurprincipes en wordt verzorgd door Danny Greefhorst en Tine de Mik. Deze slides worden gebruikt voor lichting 8 van de masterclass.

Deze module van de masterclass gaat in op architectuurprincipes en wordt verzorgd door Danny Greefhorst en Tine de Mik. Deze slides worden gebruikt voor lichting 8 van de masterclass.

Anzeige
Anzeige

Weitere Verwandte Inhalte

Diashows für Sie (19)

Ähnlich wie Module Architectuurprincipes voor NAF Masterclass Enterprise Architectuur (20)

Anzeige

Weitere von Danny Greefhorst (20)

Aktuellste (20)

Anzeige

Module Architectuurprincipes voor NAF Masterclass Enterprise Architectuur

  1. 1. Architectuurprincipes NAF Masterclass Enterprise Architectuur Module 4
  2. 2. De docenten 2 Danny Greefhorst Directeur ArchiXL Tine de Mik Informatie-architect HvA-UvA
  3. 3. 3 Het boek
  4. 4. Opbouw module De leerdoelen van deze module: • Kennis hebben van architectuurprincipes en de wijze waarop deze kunnen worden gebruikt. • Vaardigheid hebben om zelf architectuurprincipes op te stellen en bestaande architectuurprincipes te beoordelen. 4
  5. 5. Overzicht Modules Masterclass EA 5
  6. 6. Agenda 16:00 – 18:00 Inleiding architectuurprincipes 18:00 – 18:45 Diner 18:45 – 19:15 Toelichting casus HvA-UvA 19:15 – 20:30 Oefening 6
  7. 7. Inleiding architectuurprincipes 7
  8. 8. Architectuur “The fundamental concepts or properties of a system in its environment embodied in its elements, relationships, and in the principles of its design and evolution” ISO/IEC/IEEE 42010:2011 “Theoretically, architecture is the normative restriction of design freedom. Practically, architecture is a consistent and coherent set of design principles.” J. Dietz “Those properties of a mission, its solution and their environment that are necessary and sufficient for a solution to be fit for purpose for its mission in that environment” L. Fehskens 8
  9. 9. Architectuurprincipes “Principles are general rules and guidelines, intended to be enduring and seldom amended, that inform and support the way in which an organization sets about fulfilling its mission.” TOGAF “A statement of the organization’s philosophy of information systems expressed in terms of objectives and goals in each domain area.” PRISM 9
  10. 10. Principes beschrijven fundamentele overtuigingen 10
  11. 11. 11 Principes kunnen ook “natuurwetten” zijn
  12. 12. Principes “1a: a comprehensive and fundamental law, doctrine, or assumption b (1): a rule or code of conduct (2): habitual devotion to right principles <a man of principle> c: the laws or facts of nature underlying the working of an artificial device, 2: a primary source: origin, 3a: an underlying faculty or endowment <such principles of human nature as greed and curiosity> b: an ingredient (as a chemical) that exhibits or imparts a characteristic quality, 4: Christian Science: a divine principle: god” Webster 12
  13. 13. Wetenschappelijke wetten versus normatieve principes • Wetenschappelijk wet – Een feit of natuurwet die ten grondslag ligt aan hoe een artefact werkt. • Normatief principe – Een declaratieve stelling die een eigenschap van iets voorschrijft. 13
  14. 14. 14 Normatieve principes evolueren van overtuigingen naar norm Applicaties moeten ontkoppeld zijn Communicatie tussen applicaties vindt plaats via een organisatie- brede servicebus Overtuiging Norm We moeten burgerlogica volgen De status van klantverzoeken is direct beschikbaar binnen en buiten de organisatie
  15. 15. Dit vraagt beeldvorming, oordeelsvorming, en besluitvorming o.b.v. kritisch denken 15 Beeldvorming Wat weten we? Vergaren van informatie Oordeelsvorming Wat vinden we ervan? Overtuigingen en argumenten Besluitvorming Wat besluiten we? Afwegen o.b.v. besliscriteria Kritisch denken Duidelijkheid Begrijp ik het? Nauwkeurigheid Is dit wel juist? Precisie Heb ik alle relevante data? Relevantie Doet dit er wel toe? Diepte Wat maakt dit complex? Breedte Andere gezichtspunten? Logica Is dit wel logisch? Significantie Is dit belangrijk? Eerlijkheid Is dit eerlijk naar anderen? Kritisch denken is een vaardigheid die handvatten biedt om de natuurlijke aanleg iets te geloven te beteugelen en verborgen aannames, onlogische redeneringen en denkfouten te herkennen en te voorkomen.
  16. 16. Gebruik van beide hersenhelften Links: • Ontleden (taalkundig) • Logica • Weloverwogen • Rationeel • Methodisch • Geschreven taal • Numerieke vaardigheden • Beredeneerd • Wetenschappelijk • Pro-actief • Volgordelijk • Verbale intelligentie • Intellectueel • Analytisch Rechts: • Allesomvattend • Intuïtief • Gevoelsmatig • Innerlijk bewustzijn • Creativiteit • Inzicht • Ruimtelijk inzicht • Verbeelding • Muziek, kunst • Reactief, passief • Gelijktijidig • Praktische intelligentie • Zintuiglijk • Geheel overziend 16
  17. 17. Assertiviteit: respect voor jezelf en voor anderen 17 Agressief / dominant Assertief Passief- Agressief Passief / sub-assertief ik luister niet naar anderen respect voor anderen ik zeg mijn mening niet ik zeg mijn mening ik luister wel naar anderen respectvoormijzelf Assertiviteit is het opkomen voor je eigen belangen, het uitdrukken van je gevoelens, gedachten en wensen, op basis van respect
  18. 18. Wij leveren infrastructuur als dienst Rationale: • Door infrastructuur als dienst te leveren is het mogelijk deze zo efficiënt mogelijk in te richten, waardoor de kosten ook zo laag mogelijk kunnen worden gehouden • Door infrastructuur als dienst te leveren kan deze ook meerdere afnemers ondersteunen Implicaties: • Afnemers vragen alleen functionaliteit en capaciteit; de IT afdeling bepaalt welke specifieke machines en technologie worden ingezet • Er is een capacity management proces ingericht waardoor snel kan worden ingesprongen op een snel toenemende capaciteitsbehoefte • Er is een standaard producten en dienstencatalogus waarin de diensten zijn beschreven 18
  19. 19. Voorbeeld: identity management (UM) • UM accounts hebben een eigenaar • Gebruikers loggen in met een persoonsgebonden account • Identiteiten, rollen en grofmazige autorisaties worden centraal geadministreerd • Toegang tot applicaties wordt bij voorkeur verleend op basis van (business)rollen • Applicaties hebben zelf geen wachtwoordadministratie • Federatieve toegang tot externe systemen verloopt via een vertrouwde intermediair • UM applicaties die ook voor gebruikers toegankelijk moet zijn waarvoor de UM geen identity provider is zijn federatief toegankelijk • Autorisatie voor webapplicaties is claimsgebaseerd, waarbij tokens alle voor autorisatie relevante claims (attributen) bevatten • Toegang tot applicaties verloopt via het centrale authenticatie / SSO systeem • De UM is geen identity provider personen waarmee zij geen vastgelegde relatie heeft • Social accounts kunnen niet gebruikt worden voor toegang tot gevoelige gegevens (wel tot eigen gegevens) • Goedkeuring voor autorisaties is herleidbaar • Elk account en elke autorisatie kent een eindtijd • Een account alleen geeft geen toegang tot systemen • Gebruik van applicaties is herleidbaar naar gebruikers • Er wordt gebruik gemaakt van internationale uitwisselingsstandaarden voor het uitwisselen van identiteitsgegevens en tokens • De fijnmazigheid van autorisaties is afhankelijk van het risicoprofiel 19
  20. 20. Oefening • Bespreek met de persoon naast je: – Wat je persoonlijke ervaringen zijn met het gebruik van architectuurprincipes – Hoe architectuurprincipes jouw dagelijkse werk en de organisatie als geheel zouden kunnen verbeteren. • Wees erop voorbereid om je resultaten te bespreken met anderen 20
  21. 21. Koffiepauze 21
  22. 22. Eisen • Eis – Een gewenste eigenschap van een artefact. • Eisen geven aan welke (functionele of niet-functionele) eigenschappen een artefact zou moeten hebben vanuit de doelstellingen van de belanghebbenden. 22
  23. 23. 23 Eisen zijn zowel input als output van architectuur principes eisen eisen “De vertrouwelijkheid van informatie moet worden bewaakt” “Gevoelige informatie wordt versleuteld tijdens transport” “Het systeem moet in staat zijn om communicatie te versleutelen” architectuur principes
  24. 24. 24 Architectuurprincipes kunnen ook worden gezien als een abstractie van specifieke eisen abstractie eisen eisen “De vertrouwelijkheid van informatie moet worden bewaakt” “Gevoelige informatie wordt versleuteld tijdens transport” “Het systeem moet in staat zijn om communicatie te versleutelen” architectuur principes
  25. 25. Conceptueel model 25 Requirement Desired property Credo Norm Proposition Normative principle Scientific principle Design directive underpins Principle Desired design property Design instruction Design principle leads to motivates Architecture principle
  26. 26. Principes en instructies • Onwerpprincipe – Een normatief principe over het ontwerp van een artefact. Als zodanig is het een declaratieve uitspraak die een normatieve beperking is van de ontwerpvrijheid. • Ontwerpinstructie – Een instructieve uitspraak die het ontwerp van een artefact beschrijft. • Architectuurprincipe – Een ontwerpprincipe dat is opgenomen in een architectuur. Als zodanig is het een declaratieve uitspraak die een eigenschap van het ontwerp van een artefact beschrijft die noodzakelijk is voor het artefact om te voldoen aan haar essentiële eisen. 26
  27. 27. 27 Architectuurprincipes geven een oplossingsrichting
  28. 28. Toepassingsmogelijkheden principes 28 Visie Strategic alignment Codificeren kennis Documenteren en traceren Ondersteunen planning
  29. 29. Generiek proces voor architectuurprincipes 29 Bepalen verander factoren Bepalen principes Specificeren principes Classificeren principes Valideren en accepteer principes Toepassen principes Beheren compliance Afhandelen wijzigingen
  30. 30. Bepalen veranderfactoren • Doelstellingen – doelen die belanghebbenden proberen te halen, • Waarden – fundamentele overtuigingen van mensen in een organisatie, • Knelpunten – problemen die de organisatie verhinderen haar doelstellingen te bereiken, • Risico’s – problemen die in de toekomst kunnen voorkomen, • Kansen – kansen en hun potentiële beloning voor organisaties, • Beperkingen – beperkingen die door anderen binnen en buiten de organisatie worden opgelegd, inclusief bestaande principes. 30
  31. 31. Architectuurprincipe genereervragen • Voor doelstellingen – Wat is essentieel om de doelstelling te bereiken? • Voor knelpunten – Wat is essentieel om het knelpunt op te lossen? • Voor waarden – Wat is essentieel om deze waarde te realiseren? • Voor risico’s – Wat is essentieel om de kans of impact van het risico te minimaliseren? • Voor kansen – Wat is essentieel om de kans te benutten? • Voor beperkingen – Wat is essentieel om de beperking af te dwingen? 31
  32. 32. Uitfilteren van dingen die geen architectuurprincipe zijn • Beschrijft het een functionaliteit? – Dan is het waarschijnlijk een functionele eis. • Beschrijft het iets dat moet gebeuren? – Dan is het waarschijnlijk een actie. • Zijn er geen objectieve argumenten die het onderbouwen? – Dan is het waarschijnlijk meer een strategische keuze. • Heeft het geen impact op het ontwerp van de organisatie of IT? – Dan is het waarschijnlijk een meer algemeen normatief principe (business principe, IT principe). • Heeft het slechts impact op één systeem? – Dan is het waarschijnlijk meer een ontwerpkeuze. 32
  33. 33. Kwaliteitscriteria voor architectuurprincipes: SMART • Specifiek – Is het specifiek genoeg zodat mensen de intentie en effecten kunnen begrijpen? – Zijn alle woorden duidelijk of worden er anders definities gegeven? – Zijn alle belangrijke consequenties geidentificeerd? • Meetbaar – Is het mogelijk om te bepalen of bepaald gedrag wel/niet in lijn is? • Acceptabel en haalbaar – Kan aan alle implicaties worden voldaan? – Is het acceptabel voor alle belanghebbenden? – Is het duidelijk en voldoende gemotiveerd? • Relevant – Beschrijft het een fundamentele en essentiële keuze? – Leidt het tot beperkingen aan het ontwerp? – Onderscheidt het zichzelf duidelijk van andere principes? – Leidt het volgen van het principe tot een belangrijke verbetering? • Tijdsonafhankelijk – Is het stabiel in context en tijd? 33
  34. 34. Kwaliteitscriteria voor verzamelingen van principes • Representatief – Is de verzameling representatief voor het probleemdomein? – Zijn alle belangrijke aspecten van het probleemdomein beschreven? • Toegankelijk – Is het eenvoudig toegankelijk voor lezers? – Kan het eenvoudig worden gevonden en ontsloten in de organisatie? – Zijn ze beperkt in aantal? – Hebben ze een gemeenschappelijke structuur (sjabloon) en soortgelijk abstractieniveau? • Consistent – Zijn er geen duidelijke tegenstrijdigheden tussen principes in de verzameling? 34
  35. 35. Praktijkcasus HvA-UvA 35
  36. 36. Vragen? 36

×