Diese Präsentation wurde erfolgreich gemeldet.
Die SlideShare-Präsentation wird heruntergeladen. ×

Hedendaagse mythes in publiek management - Nathalie Vallet

Anzeige
Anzeige
Anzeige
Anzeige
Anzeige
Anzeige
Anzeige
Anzeige
Anzeige
Anzeige
Nächste SlideShare
Management & Leadership
Management & Leadership
Wird geladen in …3
×

Hier ansehen

1 von 30 Anzeige
Anzeige

Weitere Verwandte Inhalte

Ähnlich wie Hedendaagse mythes in publiek management - Nathalie Vallet (20)

Weitere von Antwerp Management School (20)

Anzeige

Aktuellste (20)

Anzeige

Hedendaagse mythes in publiek management - Nathalie Vallet

  1. 1. Hedendaagse mythes in publiek management Over de kaars en bril waarmee de uil zien wil Nathalie Vallet
  2. 2. Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Managementparadigma’s – Klassiek rationeel paradigma – Gedragsmatig paradigma – Stakeholdersparadigma – Overzicht 3. Mythes – De superioriteit van de profitsector – De onfeilbare, volkomen vrije markt – Het verheven klassiek rationele managementparadigma – Verdere mythen 4. Conclusie
  3. 3. Inleiding
  4. 4. • De publieke sector wordt sterk beïnvloed door waardengeladen opvattingen met een ideaaltypisch en quasi-ontastbaar karakter: mythes. • Mythes die we hier bespreken: • De superieure profitsector • De onfeilbare volkomen vrije markt • Het verheven klassiek rationeel managementparadigma Een managementmythe gaat uit van een enkele, echte, juiste wijze om organisaties te managen: een ideaaltypisch of bovennatuurlijk systeem dat alle mogelijke nuances of andere antwoorden uitsluit omdat ze ‘onwerkbaar’zijn. Het is een eenduidig antwoord dat geen rekening houdt met de werkelijkheid.
  5. 5. • De instandhouding van managementmythes • Een gevestigde orde van academici die hun bestaansrecht ontlenen aan niet meer ter discussie gestelde modellen en theorieën • Broodheren die de financiering van universiteiten laten afhangen van de gewenste beleidsprioriteiten in onderwijs en onderzoek • De instandhouding van de dominante machtsconstellaties binnen de samenleving
  6. 6. Managementparadigma’s
  7. 7. Klassiek rationeel paradigma • Oud paradigma: jaren ’80 • Gevolgd door neoklassieke economen • Uitgangspunt: homo economicus & voorspelbare markt • Management = • een eerder klassieke organisatiestructuur • een streng taakgericht en/of inhoudelijk sturend leiderschap • strakke, formele en lineaire stappenplannen & controlesystemen • beste (profit) managementpraktijken en kopieerbare succesformules • een prioritaire efficiëntielogica
  8. 8. Gedragsmatig paradigma • Oud paradigma: interbellum & jaren ’60 • Gevolgd door behavioristische economen • Uitgangspunt: beperkte rationaliteit van de mens & onvoorspelbare markt • Management = • grote, eerder richtinggevende krijtlijnen voor doelen • een werknemersgericht leiderschap • flexibele, aanpasbare formele en informele plannen & hybride controlesystemen • maatwerkinstrumenten • een grote scepsis naar kopieerbare beste (profit) praktijken (cf. klassiek rationeel) • een prioritaire logica gebaseerd op het principe van de lerende organisatie en effectiviteit
  9. 9. Stakeholdersparadigma • Ontwikkeld vanuit het gedragsmatig paradigma, maar afgescheiden vanaf jaren ’80 • Gevolgd door behavioristische economen • Uitgangspunt: verschillende eigenbelangen van de economische actoren (& beperkte rationaliteit & onvoorspelbare markt) • Management = • algemene, richtinggevende en door de stakeholders gedragen krijtlijnen • werknemersgerichte leiderschapsstijl gericht op flexibiliteit en draagvlak • flexibele formele en informele plannen in functie van draagvlakcreatie en machts(on)evenwichten & stakeholdergevoelige controlesystemen • Maatwerkinstrumenten • scepsis en expliciete aandacht voor de impact op machtsverhoudingen en –posities vanwege zogenaamde beste (profit) praktijken (cf. klassiek rationeel) • een prioritaire logica gebaseerd op de verschillende belangen en verwachtingen vanwege diverse stakeholders
  10. 10. Overzicht paradigma’s Rationeel Gedragsmatig Stakeholder Volgers Neoklassiek Behavioristisch Behavioristisch Uitgangspunt Homo economicus Voorspelbare markt Mens = rationeel Beperkt Onvoorspelbare markt Mens = rationeel Beperkt Onvoorspelbare markt Eigenbelang Management Klassieke organisatiestructuur Krijtlijnen Krijtlijnenbepaald door actoren Taakgericht & sturend leiderschap Werknemersgericht leiderschap Werknemersgericht leiderschap Lineaire stappenplannen Informele plannen Informele plannen i.f.v. draagvlakcreatie Best profit Maatwerkinstrumenten Maatwerkinstrumenten Efficiëntielogica Prioritaire logica: lerende organisatie Prioritaire logica: stakeholderbelangen
  11. 11. Mythes 1. De superieure profitsector
  12. 12. De mythe • Profit sector = de sector van organisaties waarin het realiseren van een maximale winst centraal of prioritair staat • Non-profit, not-only-for-profit & social profit = de sector die niet- commerciële en maatschappelijk geïnspireerde doelen voorop stelt die doorgaans raken aan de behoeften van welbepaalde groepen in onze samenleving • Mythe: de economie = de profit sector Hieruit afgeleid is de profitsector dus superieur aan de publieke sector “Van zodra een managementinstrument het etiket ‘profit’ draagt, geloven ze als vanzelfsprekend dat dit een waterdichte garantie op economisch succes inhoudt.”
  13. 13. 4 argumenten tegen de mythe • Dé profitorganisatie bestaat niet. De profitsector is divers en elke organisatie vraagt om een andere set van managementprioriteiten, -modellen en -instrumenten. • De profitsector is niet altijd en overal efficiënt en effectief. • De profitsector is geen garantie op succes voor elke economische actor. • De beste praktijken in de profitsector zijn niet de beste praktijken voor de publieke sector.
  14. 14. Mythes 2. De onfeilbare, volkomen vrije markt
  15. 15. De mythe • Mythe: binnen de profitsector wordt er expliciet gekozen voor één welbepaalde marktvorm, namelijk de volkomen vrije markt. • Deze marktvorm garandeert in alle omstandigheden een maximale efficiënte en effectieve productie en dienstverlening. “Geen enkele marktvorm is per definitie onfeilbaar. Maar, toch heerst er wel een soort van volhardend geloof in de onfeilbaarheid van één marktvorm, namelijk die van de volkomen vrije of concurrentiële markt.”
  16. 16. Implicatie voor de publieke sector • Publieke sector • Verstoort de volkomen vrije marktwerking • Levert via de publieke marktwerking inferieure kwaliteit • Gevolg: de publieke sector moet zo klein mogelijk blijven, of zelfs verdwijnen. • Oplossing: de publieke sector moet rationaliseren, terugdringen, uitbesteden, en ver(vrije)markten
  17. 17. 2 argumenten tegen deze mythe • Ze veronderstellen een té simplistisch beeld van de economische realiteit. Ze vertrekken vanuit het klassiek rationeel paradigma waaraan veel voorwaarden (homo economicus, eenvoudige & homogene producten…) verbonden zijn die onze realiteit niet invult. • De verstoring van de publieke sector is een gevolg van de afwezige voorwaarden. De feilloze en zelfcorrigerende werking van de volkomen vrije markt geldt niet altijd en overal.
  18. 18. Het verheven klassiek rationele managementparadigma
  19. 19. De mythe • Het klassiek rationeel paradigma is (i) steeds en in alle omstandigheden onfeilbaar en ideaal, (ii) dominant aanwezig in de profitsector en/of de volkomen concurrentiële markt, en (iii) staat garant voor een betere publieke dienstverlening. • Hierdoor wordt het door sommigen ook beschouwd als het enige bestaande managementparadigma dat bovendien een goddelijke status geniet.
  20. 20. Implicatie voor stakeholders • De interne stakeholder wordt op een vrij formele, gestandaardiseerde, weinig verdiepende en centralistische wijze benadert. Kortom, een vrij gestandaardiseerde invulling van het klassieke principe eenheid van (centraal) gezag. • Naast de interne stakeholders zijn er ook nog de externe stakeholders waarvan de invulling en benadering in vergelijking tot de stakeholdersliteratuur eveneens aanzienlijk verbleekt. Zijn betrokkenheid wordt gezocht via formele en gestandaardiseerde kanalen.
  21. 21. 3 argumenten tegen de mythe • Het is niet het enige, maar een van de vele economische paradigma’s. • Het is niet het enige paradigma dat wordt toegepast in de profitsector. Alle theoretisch onderscheiden paradigma’s worden teruggevonden in de economische realiteit. • Het klassiek rationeel paradigma is misschien niet het juiste paradigma voor de hedendaagse en toekomstige uitdagingen van de publieke sector. “Het klassiek rationele paradigma garandeert enkel en alleen succes in (i) een stabiele, voorspelbare omgeving, (ii) met gestandaardiseerde producten en/of diensten, (iii) met een gekende en geoptimaliseerde (massaproductie)-technologie, en (iv) met een uitgesproken efficiëntie ambitie.”
  22. 22. Andere mythen
  23. 23. Afgeleid van de superieure profitsector • Een zwaar afgeslankte overheid functioneert beter. ↔ efficiëntie en effectiviteit gaan niet altijd hand in hand • De publieke sector trekt het best managers aan uit de profitsector. ↔ de context heeft een grote invloed op het ontwikkelen van de juiste competenties
  24. 24. Afgeleid van de onfeilbare, volkomen vrije markt • Overheidscontroles moeten herleid worden ten voordele van het ideaal van de volkomen concurrentiële markt. ↔ De vrijheid van elke burger om een eigen ideologisch kader te kiezen
  25. 25. Afgeleid van het verheven klassiek rationele managementparadigma • Een ver doorgedreven planning zal de publieke sector veiligstellen in de toekomst. ↔ Plannen geven een houvast, geen veiligheid. Die houvast is bovendien vooral aanwezig in een stabiele & voorspelbare omgeving. • Geloof in de kracht van een omvangrijk en strak prestatiesysteem. Meetindicatoren kunnen eenduidig geïnterpreteerd worden. ↔ Een andere context impliceert vaak een andere betekenis voor eenzelfde meting.
  26. 26. Conclusie
  27. 27. • Klassiek rationeel paradigma treedt op de voorgrond • Positieve reputatie, populariteit & preferentie • Neutrale vanzelfsprekendheid • Kritisch: positieve reputatie is te wijten aan subjectieve waardenkaders  Ontstaan van mythes • De superieure profitsector • De onfeilbare, volkomen vrije markt • Het verheven klassiek rationeel managementparadigma
  28. 28. • Gevolg voor de curricula opleiding in publiek management: • Kritische & wetenschappelijke invulling • Niet enkel ‘populaire verzoeksnummers draaien’: wordt momenteel soms eenzijdig ingevuld • Meer theoretische & onderzoeksmethodologische vakken: scherpen de kritische geest van de studenten aan • De academische onafhankelijkheid moet ook bewaakt worden. Opleidingen willen Vlaamse beleidsverantwoordelijken aantrekken en ervaren zo druk om hun opleidingen aan te passen aan dominante opvattingen & populaire mythes.
  29. 29. “Het expliciteren en erkennen van deze mythes is belangrijk om een meer open, eerlijk en realiteitsgetrouw discours te krijgen over het management van de publieke sector.”

×