Euregionale
schoolcontacten Schulbegegnungen
Redactie/Redaktion:
Angelika van der Kooi
Derk Sassen
Angelika Spicker-Wendt
...
Inhoudsopgave Euregionale Schoolcontacten
a Nederlands
Inhoudsopgave
Woord vooraf ...........................................
Euregionale Schulbegegnung Inhaltsverzeichnis
Deutsch a
Inhaltsverzeichnis
Geleitworte ......................................
Inhoudsopgave Euregionale Schoolcontacten
b Nederlands
4 Wie helpt ons? .....................................................
Euregionale Schulbegegnung Inhaltsverzeichnis
Deutsch b
4 Wer hilft weiter? .................................................
Inhoudsopgave Euregionale Schoolcontacten
c Nederlands
8 Wat zeg je en wat zeg je beter niet? ...............................
Euregionale Schulbegegnung Inhaltsverzeichnis
Deutsch c
8 Was sagt man und was sagt man besser nicht? .......................
Voorwoord van de Euregio's Euregionale Schoolcontacten
1 - Woord vooraf Nederlands
Woord vooraf
Voorwoord
van de
Euregio's...
Euregionale Schulbegegnung Vorwort der Euregios
Deutsch Geleitworte - 1
Geleitworte
Vorwort der
Euregios
Sehr geehrte Lese...
Voorwoord van het Europees Platform Euregionale Schoolcontacten
2 - Woord vooraf Nederlands
Voorwoord
van het
Europees
Pla...
Euregionale Schulbegegnung Vorwort der Euro- päischen Plattform
Deutsch Geleitworte - 2
Vorwort der
Euro-
päischen
Plattfo...
Begroetingswoorden van de ministeries Euregionale Schoolcontacten
3 - Woord vooraf Nederlands
Begroetings-
woorden van
de ...
Euregionale Schulbegegnung Grußwort der Ministerien
Deutsch Geleitworte - 3
Grußwort
der Ministe-
rien
Im August 1998 vere...
Euregionale Schoolcontacten
1 - 1 Wat biedt het vademecum? Nederlands
1. Wat biedt het vademecum?
Inleiding Als u het vade...
Euregionale Schulbegegnung Einführung
Deutsch Was bietet das Vademekum? 1 - 1
1. Was bietet das Vademekum?
Einführung Wenn...
Euregionale Schoolcontacten
1 - 2 Wat biedt het vademecum? Nederlands
Hoofdstuk 3 is bedoeld voor wie eerst eens vertrouwd...
Euregionale Schulbegegnung Einführung
Deutsch Was bietet das Vademekum? 1 - 2
über interkulturelle ‘Fettnäpfchen’ Bescheid...
Euregionale Schoolcontacten
1 - 3 Wat biedt het vademecum? Nederlands
schoolklassen geschikt zijn, of het nu pretparken be...
Euregionale Schulbegegnung Einführung
Deutsch Was bietet das Vademekum? 1 - 3
auch Probleme nicht verschweigen wollen. In ...
Euregionale Schoolcontacten
1 - 4 Wat biedt het vademecum? Nederlands
Enkele
kantteken-
ingen bij de
Duits-
Nederlandse
ve...
Euregionale Schulbegegnung Gedanken zur deutsch-niederländischen Nachbarschaft
Deutsch Was bietet das Vademekum? 1 - 4
Ged...
Euregionale Schoolcontacten
1 - 5 Wat biedt het vademecum? Nederlands
Dat is niet altijd zo geweest. Hoewel de vrede van M...
Euregionale Schulbegegnung Gedanken zur deutsch-niederländischen Nachbarschaft
Deutsch Was bietet das Vademekum? 1 - 5
ßen...
Euregionale Schoolcontacten
1 - 6 Wat biedt het vademecum? Nederlands
torium af. De Nederlander is wat de Duitser niet is ...
Euregionale Schulbegegnung Gedanken zur deutsch-niederländischen Nachbarschaft
Deutsch Was bietet das Vademekum? 1 - 6
drä...
Euregionale Schoolcontacten
2 - 1 Hoe leert en onderwijst de buurman? Nederlands
2. Hoe leert en onderwijst de buurman?
Ee...
Euregionale Schulbegegnung
Deutsch Wie lernt und lehrt man beim Nachbarn? 2 - 1
2. Wie lernt und lehrt man beim Nachbarn?
...
Euregionale Schoolcontacten
2 - 2 Hoe leert en onderwijst de buurman? Nederlands
Algemeen
deel
Voordat we de schoolsysteme...
Euregionale Schulbegegnung
Deutsch Wie lernt und lehrt man beim Nachbarn? 2 - 2
Allgemeiner
Teil
Bevor die Schulsysteme im...
Euregionale Schoolcontacten
2 - 3 Hoe leert en onderwijst de buurman? Nederlands
van de deelstaten onderhouden een bureau ...
Euregionale Schulbegegnung
Deutsch Wie lernt und lehrt man beim Nachbarn? 2 - 3
sens“ (vom 14.10.1971) gewährleistet, in d...
Euregionale Schoolcontacten
2 - 4 Hoe leert en onderwijst de buurman? Nederlands
heten "Schulamtsdirektor" of "Schulrat", ...
Euregionale Schulbegegnung
Deutsch Wie lernt und lehrt man beim Nachbarn? 2 - 4
Dienstreisegenehmigungen, die bei internat...
Euregionale Schoolcontacten
2 - 5 Hoe leert en onderwijst de buurman? Nederlands
c) Organisatie en inrichting van het onde...
Euregionale Schulbegegnung
Deutsch Wie lernt und lehrt man beim Nachbarn? 2 - 5
Zeit“ bleiben. Selbstverständlich treiben ...
Euregionale Schoolcontacten
2 - 6 Hoe leert en onderwijst de buurman? Nederlands
2. Opleiding en aanstelling van leraren
I...
Euregionale Schulbegegnung
Deutsch Wie lernt und lehrt man beim Nachbarn? 2 - 6
In Niedersachsen werden die Lehrmittel, al...
Euregionale Schoolcontacten
2 - 7 Hoe leert en onderwijst de buurman? Nederlands
Zoals gezegd solliciteren de opgeleide le...
Euregionale Schulbegegnung
Deutsch Wie lernt und lehrt man beim Nachbarn? 2 - 7
einem Lehrerseminar (ULO= Universitair Cen...
Euregionale Schoolcontacten
2 - 8 Hoe leert en onderwijst de buurman? Nederlands
De tijdelijke aanstelling kent drie voorw...
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)
Nächste SlideShare
Wird geladen in …5
×

Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)

1.116 Aufrufe

Veröffentlicht am

Naslagwerkuit hetjaar 2000 voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen

Veröffentlicht in: Bildung
0 Kommentare
0 Gefällt mir
Statistik
Notizen
  • Als Erste(r) kommentieren

  • Gehören Sie zu den Ersten, denen das gefällt!

Keine Downloads
Aufrufe
Aufrufe insgesamt
1.116
Auf SlideShare
0
Aus Einbettungen
0
Anzahl an Einbettungen
5
Aktionen
Geteilt
0
Downloads
1
Kommentare
0
Gefällt mir
0
Einbettungen 0
Keine Einbettungen

Keine Notizen für die Folie

Vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen (uit 2000)

  1. 1. Euregionale schoolcontacten Schulbegegnungen Redactie/Redaktion: Angelika van der Kooi Derk Sassen Angelika Spicker-Wendt Vademecum voor Nederlands-Duitse schoolpartnerschappen Vademekum für deutsch-niederländische Schulpartnerschaften
  2. 2. Inhoudsopgave Euregionale Schoolcontacten a Nederlands Inhoudsopgave Woord vooraf ................................................................................................... 1 Voorwoord van de Euregio's ....................................................................... 1 Voorwoord van het Europees Platform ...................................................... 2 Begroetingswoorden van de ministeries .................................................... 3 1 Wat biedt het vademecum? .............................................................1-1 Inleiding .....................................................................................................1-1 Kanttekeningen bij de Duits-Nederlandse verhouding ...........................1-4 2 Hoe leert en onderwijst de buurman? ..........................................2-1 Een vergelijking van het schoolsysteem in Nederland, Nordrhein- Westfalen en Niedersachsen ....................................................................2-1 Algemeen ...................................................................................................2-2 Opbouw van de schoolsystemen ............................................................2-23 Schematisch Overzicht ..........................................................................2-35 Afkortingen .............................................................................................2-39 3 Wat zijn de randvoorwaarden? .......................................................3-1 Inleiding .....................................................................................................3-1 Gemeenschappelijke verklaring (NL - NRW) ..........................................3-3 NRW - Erlass van 16.3.1995 ......................................................................3-6 NRW - Erlass van 17.9.1997 ......................................................................3-8 Nieders. - Erlass van 30.6.1997..................................................................3-9 Nieders. - Erlass van 5.9.1997..................................................................3-10 OnbegrensdTalent ..................................................................................3-11 Kennis: geven en nemen .........................................................................3-16 De taal van de buren leren .....................................................................3-20 NRW - Erlass Begegnung mit Sprachen.................................................3-23 Verlässliche Grundschule.........................................................................3-25
  3. 3. Euregionale Schulbegegnung Inhaltsverzeichnis Deutsch a Inhaltsverzeichnis Geleitworte .......................................................................................................1 Vorwort der Euregios ..................................................................................1 Vorwort der Europäischen Plattform .........................................................2 Grußwort der Ministerien ...........................................................................3 1 Was bietet dasVademekum? ...........................................................1-1 Einführung .................................................................................................1-1 Gedanken zur deutsch-niederländischen Nachbarschaft .......................1-4 2 Wie lernt und lehrt man beim Nachbarn? ..................................2-1 Das Schulsystem in den Niederlanden, in Nordrhein-Westfalen und Niedersachsen imVergleich .....................................................................2-1 AllgemeinerTeil ........................................................................................2-2 Aufbau der Schulsysteme .......................................................................2-23 Schematische Übersicht .........................................................................2-35 Abkürzungen ...........................................................................................2-39 3 Welche Rahmenbedingungen gibt es? ..........................................3-1 Einleitung ...................................................................................................3-1 Gemeinsame Erklärung (NRW - NL).......................................................3-3 NRW - Erlass vom 16.3.1995.....................................................................3-6 NRW - Erlass vom 17.9.1997.....................................................................3-8 Nieders. - Erlass vom 30.6.1997 ................................................................3-9 Nieders. - Erlass vom 5.9.1997 ................................................................3-10 Bildung ohne Grenzen.............................................................................3-11 Kenntnis: vermitteln und erwerben .......................................................3-16 Lernen der Nachbarsprache ..................................................................3-20 NRW - Erlass Begegnung mit Sprachen.................................................3-23 Verlässliche Grundschule.........................................................................3-25
  4. 4. Inhoudsopgave Euregionale Schoolcontacten b Nederlands 4 Wie helpt ons? ......................................................................................4-1 Instellingen en contactpersonen I-IV........................................................4-2 5 Wie adviseert als er niet genoeg geld is? .....................................5-1 6 Hoe kun je elkaar ontmoeten ..........................................................6-1 Inleiding .....................................................................................................6-1 Checklists ..................................................................................................6-4 Thema's .....................................................................................................6-9 Praktijkvoorbeelden ...............................................................................6-12 Inleiding ...............................................................................................6-12 Primair onderwijs ...............................................................................6-13 Eerste fase............................................................................................6-19 Tweede fase..........................................................................................6-28 Beroepsonderwijs ................................................................................6-36 Volwassenenonderwijs.........................................................................6-40 Jeugdwerk.............................................................................................6-44 Lerarenuitwisseling .................................................................................6-47 Assistentenprogramma's ........................................................................6-53 Boekentips ...............................................................................................6-55 7 Wat kun je als leerkracht grensoverschrijdend doen? .............7-1 Nascholing voor leraren in de Euregio's ..................................................7-1 Mogelijkheden ...........................................................................................7-3 Lerarenopleiding .......................................................................................7-5
  5. 5. Euregionale Schulbegegnung Inhaltsverzeichnis Deutsch b 4 Wer hilft weiter? ..................................................................................4-1 Einrichtungen und Ansprechpartner I-IV .................................................4-2 5 Wer berät, wenn das Geld nicht reicht? .......................................5-1 6 Wie kann man sich begegnen? ........................................................6-1 Einleitung ...................................................................................................6-1 Checklisten ................................................................................................6-4 Themenbereiche .......................................................................................6-9 Beispiele aus der Praxis ..........................................................................6-12 Einleitung ............................................................................................6-12 Primarstufe .........................................................................................6-13 Sekundarstufe I....................................................................................6-19 Sekundarstufe II...................................................................................6-28 Berufsbildende Schulen.......................................................................6-36 Zweiter Bildungsweg ...........................................................................6-40 Jugendbegegnung.................................................................................6-44 Lehrkräfteaustausch ...............................................................................6-47 Assistentenprogramme ..........................................................................6-53 Hinweise aufVeröffentlichungen ............................................................6-55 7 Was können Lehrkräfte grenzüberschreitend tun? ..................7-1 Lehrerfortbildung in den Euregios ...........................................................7-1 Einsatzmöglichkeiten für (angehende) Lehrkräfte im Nachbarland .....7-3 Lehrerausbildung ......................................................................................7-5
  6. 6. Inhoudsopgave Euregionale Schoolcontacten c Nederlands 8 Wat zeg je en wat zeg je beter niet? .............................................8-1 Interculturele missers ...............................................................................8-1 Woorden om te overleven .......................................................................8-7 Foute vrienden.........................................................................................8-13 Vaktaal .....................................................................................................8-16 9 Waar kun je wat met je leerlingen doen? ....................................9-1 Inleiding .....................................................................................................9-1 EDR.............................................................................................................9-2 EUREGIO ..................................................................................................9-6 Euregio Rijn-Waal .....................................................................................9-9 Euregio rijn-maas-noord .........................................................................9-11 Euregio Maas-Rijn ...................................................................................9-14 10 Wat zou u ons willen laten weten? ...............................................10-1
  7. 7. Euregionale Schulbegegnung Inhaltsverzeichnis Deutsch c 8 Was sagt man und was sagt man besser nicht? .........................8-1 Interkulturelle Fettnäpfchen ....................................................................8-1 Überlebenswortschatz im Alltag und in der Schule ...............................8-7 Falsche Freunde .......................................................................................8-13 Fachbegriffe .............................................................................................8-16 9 Wo kann man mit Schülern was unternehmen? .......................9-1 Einleitung ...................................................................................................9-1 EDR ............................................................................................................9-2 EUREGIO ..................................................................................................9-6 Euregio Rhein-Waal ..................................................................................9-9 euregio rhein-maas-nord .......................................................................9-11 Euregio Maas-Rhein ................................................................................9-14 10 Was möchten Sie uns sagen? .........................................................10-1
  8. 8. Voorwoord van de Euregio's Euregionale Schoolcontacten 1 - Woord vooraf Nederlands Woord vooraf Voorwoord van de Euregio's Geachte lezer, Dit vademecum is het tastbare resultaat van de samenwerking van meer dan een jaar tussen de vijf Nederlands-Duitse Euregio's met een aantal partners van wie we hier slechts het Europees Platform voor het Neder- landse onderwijs, de Talenacademie Nederland, de Zentralstelle für das Auslandsschulwesen van het Bundesverwaltungsamt en de Bezirksregie- rung Weser-Ems zullen noemen. Op 25 augustus 1998 was er op kasteel Dorenburg in Grefrath een bij- eenkomst met vertegenwoordigers van instellingen die zich met onderwijs- beleid bezighouden. Doel van de bijeenkomst was de optimalisering van de Euregionale samenwerking tussen scholen in de Duits-Nederlandse grens- streek te bespreken. De bijeenkomst kwam tot stand op initiatief van de euregio rijn-maas-noord. Deze had al in '97 in een resolutie aan de deel- staatregering van Nordrhein-Westfalen gevraagd programma's te ontwikke- len voor grensoverschrijdende schoolcontacten en uitwisselingen die vergelijkbaar zijn met de Nederlandse stimuleringsprogramma's. Een reeks discussies tussen de betrokken instellingen leidde vervolgens tot een eerste gezamenlijk project: een Euregionaal vademecum. Een van de hoofddoelen van de Euregio's is het opbouwen van contac- ten tussen scholen in de lidgemeenten aan weerszijden van de grens die verder gaan dan alleen een bezoek aan de partnerschool. Uit tientallen jaren ervaring weten de Euregio's dat het soms moeilijk is een schoolpartner- schap interessant en levendig te houden. Dit vademecum wil grensover- schrijdende schoolcontacten en -partnerschappen stimuleren en een lei- draad zijn voor scholen en leraren die op hun school binnen het schoolpro- gramma een partnerschap met een school in het buurland willen op- of uit- bouwen. Het spreekt vanzelf dat ook scholen buiten de Euregio's gebruik kunnen maken van dit vademecum. De belangrijkste doelstelling van de Euregio's is immers het overwinnen, het wegnemen van grenzen. De Euregio's hopen dat dit vademecum een bron van informatie en inspiratie zal zijn en dat door de publicatie talrijke nieuwe schoolcontacten gelegd en bestaande schoolpartnerschappen verstevigd zullen worden.
  9. 9. Euregionale Schulbegegnung Vorwort der Euregios Deutsch Geleitworte - 1 Geleitworte Vorwort der Euregios Sehr geehrte Leserin, sehr geehrter Leser! Das vor Ihnen liegende Vademekum ist das konkrete Ergebnis einer über einjährigen Zusammenarbeit der fünf deutsch-niederländischen Eure- gios mit einer Reihe von Partnern, von denen an dieser Stelle nur die Euro- pees Platform voor het Nederlandse Onderwijs, die Talenacademie Nederland, das Bundesverwaltungsamt mit der Zentralstelle für das Aus- landsschulwesen und die Bezirksregierung Weser- Ems genannt sein sol- len. Am 25. August 1998 trafen sich auf der Dorenburg in Grefrath Vertrete- rinnen und Vertreter von Institutionen, die mit bildungspolitischen Aufga- ben befasst sind, zu einem Fachgespräch über die Optimierung der euregionalen Zusammenarbeit von Schulen im deutsch-niederländischen Grenzraum. Dieses Gespräch kam auf eine Initiative der euregio rhein- maas-nord hin zustande. Sie hatte schon in einer Resolution im Jahre 1997 an die Landesregierung von Nordrhein-Westfalen darum gebeten, Förder- richtlinien für grenzüberschreitende Schulkontakte und Austauschveran- staltungen zu entwickeln, die mit denen in den Niederlanden vergleichbar sind. Eine Reihe von Diskussionen der beteiligten Institutionen mündete auf Vorschlag der Euregio Rhein-Waal dann zunächst in ein erstes gemein- sames Projekt, nämlich in das euregionale Vademekum. Eines der Hauptziele der Euregios ist es, zwischen Schulen der Mit- gliedsgemeinden beiderseits der Grenze Kontakte aufzubauen, die mehr sind als nur ein Besuch bei der Partnerschule. Aus jahrzehntelanger Erfah- rung wissen die Euregios, dass es mitunter schwierig ist, die Partnerschaft interessant und lebendig zu gestalten. Das Vademekum zur Förderung grenzüberschreitender Schulkontakte und -partnerschaften soll allen Schu- len und Lehrern als Leitfaden dienen, die daran interessiert sind, an ihrer Schule eine in das jeweilige Schulprogramm eingebundene Partnerschaft mit einer Schule im Nachbarland auf- und auszubauen. Es versteht sich von selbst, dass dieses Vademekum auch Schulen zur Verfügung steht, die nicht im euregionalen Raum liegen, denn es ist das Hauptanliegen der Euregios, Grenzen zu überwinden, ja abzubauen. Mit der Herausgabe dieses Vademekums als Informations- und Anre- gungsquelle erhoffen sich die Euregios für die Zukunft einerseits eine Viel- zahl neuer Schulkontakte und andererseits eine Festigung von bereits bestehenden Schulpartnerschaften.
  10. 10. Voorwoord van het Europees Platform Euregionale Schoolcontacten 2 - Woord vooraf Nederlands Voorwoord van het Europees Platform Internationalisering op de fiets Oud-minister Ritzen introduceerde deze omschrijving om aan te geven hoe belangrijk het is om internationalisering te bevorderen tussen scholen die tamelijk dicht bij elkaar liggen, maar wel door een grens worden gescheiden. Het is niet zo dat deze nabijheid het van nature gemakkelijk maakt, immers wat veraf ligt lijkt vaak interessanter. Daarom vergt het in veel gevallen meer inspanningen om ontmoetingen dicht over de grens voor leerlingen en docenten aantrekkelijk te maken. Het is daarom een prima initiatief om een vademecum uit te geven voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen die zich in het bijzonder afspe- len binnen de Euregionale gebieden. Er is de laatste jaren een veelheid aan initiatieven ontwikkeld die voor scholen niet altijd even gemakkelijk te overzien zijn. Dit vademecum verhoogt hopelijk de toegankelijkheid. Het Europees Platform zal graag ervoor zorgen dat ook de Nederlandse scholen buiten de Euregio's die willen samenwerken met scholen uit onze buurlan- den Niedersachsen en Nordrhein-Westfalen, van dit vademecum kunnen profiteren. De Europese samenwerking is een combinatie van verbeelding en prak- tische arbeid. Het laatste aspect krijgt nu de aandacht. De scholen zullen ongetwijfeld daarna hun fantasie laten werken en nieuwe gewaagde vor- men van samenwerking ontwerpen. Het Europees Platform zal ook aan die ontwikkelingen graag blijven meewerken. Henk Oonk Directeur Europees Platform voor het Nederlandse onderwijs
  11. 11. Euregionale Schulbegegnung Vorwort der Euro- päischen Plattform Deutsch Geleitworte - 2 Vorwort der Euro- päischen Plattform Internationalisierung auf dem Fahrrad Der ehemalige Kultusminister Ritzen hat diesen Begriff geprägt, um damit deutlich zu machen, wie wichtig es ist, Internationalisierung zwi- schen Schulen, die ziemlich dicht beieinander liegen, aber doch durch eine Grenze voneinander getrennt werden, zu unterstützen und weiter zu entwi- ckeln. Es ist nicht so, dass diese Nähe Zusammenarbeit von Natur aus leicht macht, vielmehr ist das, was weiter weg ist, oft interessanter. Darum kostet es in vielen Fällen mehr Mühe, Begegnungen im Grenzraum für Schüler und Lehrer interessant zu machen. Aus diesem Grund ist es eine prima Initiative, ein Vademekum für deutsch-niederländische Schulpartnerschaften herauszugeben, die sich spe- ziell in den Gebieten der Euregios abspielen. Es ist in den letzten Jahren eine Vielzahl von Initiativen entwickelt worden, die für Schulen nicht immer zu übersehen sind. Dieses Vademekum vergrößert hoffentlich den Zugang. Die Europäische Plattform ist gern bereit, dafür zu sorgen, dass auch niederländische Schulen außerhalb der Euregios, die mit einer Schule aus unseren Nachbarländern Niedersachsen und Nordrhein-Westfalen zusammenarbeiten möchten, von diesem Vademekum profitieren können. Die europäische Zusammenarbeit ist eine Kombination aus Visionen und praktischer Arbeit. Dem letztgenannten Aspekt wird nun Aufmerksam- keit gewidmet. Die Schulen werden zweifellos danach ihre Fantasie spielen lassen und neue gewagte Formen für Zusammenarbeit entwickeln. Die Europäische Platform möchte auch weiterhin gern bei diesen Entwicklun- gen mitarbeiten. Henk Oonk Direktor Europäische Plattform für das niederländische Schulwesen
  12. 12. Begroetingswoorden van de ministeries Euregionale Schoolcontacten 3 - Woord vooraf Nederlands Begroetings- woorden van de ministe- ries In augustus '98 zijn de vijf Euregio's langs de staatsgrens tussen Nie- dersachsen, Nordrhein-Westfalen en Nederland overeengekomen om geza- menlijk een vademecum voor Duits-Nederlandse schoolpartnerschappen te maken. Dankzij de medewerking van talrijke deskundigen van de desbe- treffende ministeries en Bezirksregierungen, van het Europees Platform voor het Nederlandse Onderwijs, de Fachberatung für Deutsch in Neder- land en de Talenacademie Nederland en andere experts met ervaring op het vlak van Nederlands-Duitse uitwisselingen is dit vademecum tot stand gekomen. Toen het vademecum samengesteld werd, kwamen er ook uit politieke hoek duidelijke signalen om de samenwerking met de buren te intensive- ren. In mei '99 is de gemeenschappelijke verklaring van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen van het Koninkrijk der Nederlanden en het Ministerium für Schule und Weiterbildung, Wissenschaft und For- schung des Landes Nordrhein-Westfalen ondertekend. Tussen het Kultus- ministerium van Niedersachsen en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen wordt een gemeenschappelijke verklaring voorbereid. Daarnaast bestaan er in Nederland, Niedersachsen en Nordrhein-Westfalen voor leerkrachten en leerlingen concrete mogelijkheden om de internatio- nalisering te ontwikkelen en ter verhoging en borging van de kwaliteit van het onderwijs te gebruiken. Dit vademecum biedt belangstellenden, vooral leraren waardevolle, practische informatie en tips voor het opzetten van schoolpartnerschappen en het organiseren van contacten. Het losbladige systeem garandeert een hoge mate van actualiteit. Onze dank geldt alle betrokkenen, met name de vijf Euregio's en het Europees Platform voor het Nederlandse Onderwijs, die gezamenlijk het vademecum financieel hebben mogelijk gemaakt.We hopen dat door dit vademecum de goede samenwerking tussen onze landen geïntensiveerd zal worden en spreken de wens uit dat op de succesvolle samenwerking bij de productie van het vademecum andere gezamenlijke activiteiten zullen volgen teneinde de Nederlands-Duitse schoolpartner- schappen te verstevigen en het grensoverschrijdende leren te bevorderen. Renate Jürgens-Pieper Kultusministerin des Landes Niedersachsen Gabriele Behler Ministerin für Schule und Weiterbildung, Wissenschaft und Forschung des Landes Nordrhein-Westfalen Louk Hermans Minister voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
  13. 13. Euregionale Schulbegegnung Grußwort der Ministerien Deutsch Geleitworte - 3 Grußwort der Ministe- rien Im August 1998 vereinbarten die fünf Euregios entlang der Län- dergrenzen zwischen Niedersachsen, Nordrhein-Westfalen und den Nieder- landen die Erstellung eines gemeinsamen Vademekums für deutsch- niederländische Schulpartnerschaften. Unter Beteiligung zahlreicher Fach- leute der zuständigen Ministerien, der Bezirksregierungen, der Europees Platform voor het Nederlandse Onderwijs, der Fachberatung für Deutsch in den Niederlanden, der Talenacademie Nederland sowie weiterer Experten mit Erfahrungen im deutsch-niederländischen Austausch entstand das vor- liegende gemeinsame Produkt. Während der Erstellung wurden auch von politischer Seite deutliche Signale für eine Intensivierung der Zusammenarbeit mit dem jeweiligen Nachbarn gegeben. Im Mai 1999 konnte die Gemeinsame Erklärung zwi- schen dem Ministerium für Schule und Weiterbildung, Wissenschaft und Forschung des Landes Nordrhein-Westfalen und dem Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen der Niederlande unterzeichnet wer- den. Zwischen dem niedersächsischen Kultusministerium und dem Mini- sterie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen wird eine Gemeinsame Erklärung vorbereitet. In allen Partnerländern bestehen darüberhinaus für Schulen, Lehrkräfte, Schülerinnen und Schüler konkrete Angebote, die Internationalisierung voranzutreiben und für die Qualitätsentwicklung und Qualitätssicherung der Bildung zu nutzen. Mit dem vorliegenden Vademekum erhalten alle Interessierten, beson- ders aber Lehrerinnen und Lehrer, wertvolle praktische Informationen und Hinweise zum Aufbau von Schulpartnerschaften und zur Durchführung von Schulbegegnungen. Durch die Loseblattsammlung wird ein Höchstmaß an Aktualität garantiert. Unser Dank gilt daher allen an der Erstellung Beteiligten, vor allem aber den fünf Euregios und der Europees Platform voor het Nederlandse Onderwijs, die die Finanzierung des Vade- mekums gemeinsam ermöglicht haben. Wir wünschen, dass durch dieses Vademekum die gute Zusammenarbeit zwischen unseren Ländern noch intensiver wird. Wir hoffen, dass der erfolgreichen Zusammenarbeit bei der Erstellung des Vademekums weitere gemeinsame Aktivitäten folgen wer- den, um so die deutsch-niederländischen Schulpartnerschaften zu stärken und das grenzüberschreitende Lernen zu fördern. Renate Jürgens-Pieper Kultusministerin des Landes Niedersachsen Gabriele Behler Ministerin für Schule und Weiterbildung, Wissenschaft und Forschung des Landes Nordrhein-Westfalen Louk Hermans Minister voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
  14. 14. Euregionale Schoolcontacten 1 - 1 Wat biedt het vademecum? Nederlands 1. Wat biedt het vademecum? Inleiding Als u het vademecum op een willekeurige plaats openslaat, ziet u direct wat ons concept was: samen als gelijkwaardige partners. Het feit dat de Nederlandse versie links staat en de Duitse rechts, komt ongeveer overeen met de geografische ligging van de twee landen. Het heeft bovendien het voordeel dat de lezer gemakkelijk na kan gaan hoe het in de buurtaal gezegd wordt. We hopen dat dit eventueel van waarde is voor het leren van de buurtaal. De grove opzet van het vademecum volgt in feite het verloop van een schoolpartnerschap. Het begint met informatie (hoofdstuk 2, 3 en 4), ver- volgens komt de kwestie van de financiering aan de orde (hoofdstuk 5), dan volgt het grensoverschrijdende contact (hoofdstuk 6) met meer en uitge- breidere informatie (hoofdstuk 7, 8 en 9) en een afsluitende evaluatie (hoofdstuk 10). We hebben gekozen voor een losbladig systeem omdat we het vademe- cum niet zien als een afgeronde verzameling materiaal, maar als een momentopname die t.z.t. aangevuld en herzien moet worden. Partnerschap- pen zijn is immers niet star maar altijd in een proces van verandering en ontwikkeling. Uw medewerking aan dit vademecum is voor ons erg belangrijk. We willen u daarom vriendelijk verzoeken het evaluatieformu- lier in hoofdstuk 10 met uw aanvullingen en voorstellen ingevuld te retour- neren zodat we het vademecum kunnen bijwerken. We zijn ervan overtuigd dat contacten in het algemeen en die tussen scholen in het bijzonder alleen dan kunnen slagen als de leerkrachten veel van het partnerland weten (verrassingen zijn er altijd, dingen die je bij de voorbereiding nauwelijks kunt inplannen maar ter plaatse moet oplossen). We hebben er daarom voor gekozen om in hoofdstuk 2 in zekere zin als inleiding met een vergelijking van de drie schoolsystemen te beginnen. De schrijfster heeft geprobeerd het schoolsysteem in Nederland, Nord- rhein-Westfalen en Niedersachsen door de ‘ogen van een buitenstaander’ uiteen te zetten - voor de lezer die nog niet zo vertrouwd is met het andere systeem. Deel A neemt een kijkje 'achter de schermen' en gaat ook in op de schoolcultuur, deel B beschrijft de opbouw van de schooltypen en deel C geeft een schematisch overzicht van de drie systemen met een samenvat- tende toelichting en de belangrijkste afkortingen. Wie zichzelf of zijn leerlingen een overlevingswoordenschat aan de hand wil doen, onderwijstermen voor het gesprek met collega's wil ken- nen of op de hoogte wil zijn van interculturele missers, raden we aan om als vervolg op hoofdstuk 2 hoofdstuk 8 te lezen. Daar is voor sommigen misschien niets nieuws bij, maar anderen die voor het eerst een partner- schap met een Nederlandse of Duitse school willen beginnen, doen er mis- schien nieuwe, interessante kennis op. Inleiding
  15. 15. Euregionale Schulbegegnung Einführung Deutsch Was bietet das Vademekum? 1 - 1 1. Was bietet das Vademekum? Einführung Wenn Sie das Vademekum an einer beliebigen Stelle aufschlagen, dann haben Sie unser Konzept sofort vor Augen: partnerschaftliches Miteinan- der. Dass die niederländische Fassung links, die deutsche rechts steht, ent- spricht ganz grob der geographischen Lage der beiden Länder und hat überdies den Vorzug, dass die Leserin oder der Leser leichter Zugang zu der entsprechenden Formulierung in der Nachbarsprache finden kann. Wir erhoffen uns davon unter Umständen einen nachbarsprachlichen ‘Mehr- wert’... Die grobe Struktur des Vademekums zeichnet im Grunde den Verlauf einer Schulpartnerschaft nach. Sie beginnt mit der Information (Kapitel 2, 3 und 4), setzt sich über die Frage der Finanzierung fort (Kapitel 5), kommt dann zu der grenzüberschreitenden Begegnung selbst (Kapitel 6), weitet sich in weiterführende Bereiche aus (Kapitel 7, 8 und 9) und endet schließ- lich mit einer Evaluation (Kapitel 10). Wir haben uns für eine Loseblattsammlung entschieden, weil wir das Vademekum nicht als eine abgeschlossene Materialsammlung ansehen, sondern als eine Momentaufnahme, die zu gegebener Zeit ergänzt oder revidiert werden muss - wie ja auch Partnerschaften nichts Starres sind, sondern immer in einem Veränderungs- und Entwicklungsprozess stehen. Ihre Mitarbeit an dem vorliegenden Vademekum ist uns dabei ganz beson- ders wichtig; deshalb möchten wir Sie sehr herzlich bitten, das Evaluati- onsblatt mit Ihren Ergänzungen und Verbesserungsvorschlägen in Kapitel 10 auszufüllen und zurückzuschicken, damit wir das Vademekum aktuali- sieren können. Wir sind davon überzeugt, dass Begegnung überhaupt und vor allem die schulische Begegnung dann erfolgversprechend ist, wenn die Lehrerinnen und Lehrer viel über das Partnerland wissen (Überraschungen gibt es immer, sie können bei der Vorbereitung kaum eingeplant, sondern müssen an der Stelle bewältigt werden, wo sie auftreten). Wir haben uns deshalb entschlossen, im Kapitel 2 einen Vergleich der drei Schulsysteme gewis- sermaßen zur Einstimmung an den Anfang zu stellen. Dabei hat die Verfas- serin versucht, mit dem ‘Blick von außen’ das System Schule in den Niederlanden, in Nordrhein-Westfalen und in Niedersachsen einem Leser oder einer Leserin zu erläutern, der/die mit dem anderen System nicht so vertraut ist. Teil A schaut dabei eher ‘hinter die Kulissen’ und spürt auch der Schulkultur nach, Teil B stellt den Aufbau der Schulformen dar und Teil C enthält eine schematische Übersicht mit einer zusammenfassenden Erläuterung und die wichtigsten Abkürzungen. Wer sich oder seinen Schülerinnen und Schülern einen Überlebens- wortschatz an die Hand geben will, wer auch schulische Fachbegriffe für das Gespräch mit den Kolleginnen und Kollegen kennen möchte, wer gar
  16. 16. Euregionale Schoolcontacten 1 - 2 Wat biedt het vademecum? Nederlands Hoofdstuk 3 is bedoeld voor wie eerst eens vertrouwd wil raken met de politieke en wettelijke randvoorwaarden voor uitwisselingen tussen Nederland en Nordrhein-Westfalen of Niedersachsen. We hebben hier tek- sten opgenomen die de politieke en wettelijke basis in zowel het primair als het voortgezet onderwijs vormen. Voor leerkrachten uit Nordrhein-Westfa- len en Niedersachsen is vooral van belang dat grensoverschrijdende activi- teiten in en met Nederland als binnenlandse activiteiten gezien kunnen worden, wat de aanvraagprocedure aanzienlijk versoepelt. Van richtinggevend belang voor toekomstig onderwijsbeleid is de Gemeenschappelijke verklaring tussen Nederland en Nordrhein-Westfalen van 25 mei 1999, aangezien hier de hoofdlijnen voor de samenwerking voor de komende jaren worden uitgezet. (Een vergelijkbare verklaring tus- sen Nederland en Niedersachsen is in voorbereiding.) Als de wettelijke voorwaarden duidelijk zijn, heeft de gebruiker mis- schien behoefte aan nadere informatie over bepaalde detailkwesties van grensoverschrijdende schoolpartnerschappen. Daarvoor hebben we hoofd- stuk 4 samengesteld. In een vlot overzichtelijk raster zijn de belangrijkste gegevens van instellingen opgenomen die zich met schoolpartnerschappen bezighouden. Voor ons was met name van belang de belangrijkste taken van de instellingen te beschrijven zodat u zelf kunt beslissen of u hier met uw vraag aan het goede adres bent of een andere instellingen u beter kan helpen. We hebben waar mogelijk contactpersonen met naam opgevoerd. Het spreekt vanzelf dat juist die gegevens snel veranderen, zodat u misschien wat moet doorvragen voor u de bij de juiste persoon bent. Hoofdstuk 5 met de tips voor financiering is helaas wat kort uitgeval- len. Dat kon ook niet anders omdat vooral aan Duitse kant slechts beperkt middelen beschikbaar zijn. Daarmee vergeleken zijn Nederlandse scholen in een benijdenswaardige positie. Belangrijk voor scholen is ongetwijfeld ook hoofdstuk 6, waar prakti- sche vragen bij de planning van een grensoverschrijdende partnerschap worden besproken. Erg nuttig lijken ons de checklists, het overzicht met mogelijke thema's en vooral de voorbeelden uit de diverse onderwijssecto- ren, die willen aansporen maar problemen niet verzwijgen. Voor gebruikers die nog meer informatie willen geeft dit hoofdstuk ook een aantal boeken- tips. Hoofdstuk 7 verbreedt het gezichtsveld. We stappen van schoolpartner- schappen in eigenlijke zin over op de vraag welke nascholings- en werk- mogelijkheden er in de grensregio bestaan. We hopen dat de mogelijkheden in dit hoofdstuk de komende jaren uitgebreid gaan worden. Leerkrachten zijn misschien erg geïnteresseerd in hoofdstuk 9 omdat we hier voor het eerst geprobeerd hebben de vijf Nederlands-Duitse Eure- gio's te beschrijven onder het gezichtpunt welke ontmoetingslaatsen voor Inleiding
  17. 17. Euregionale Schulbegegnung Einführung Deutsch Was bietet das Vademekum? 1 - 2 über interkulturelle ‘Fettnäpfchen’ Bescheid wissen will, dem sei im Anschluß an Kapitel 2 das Kapitel 8 empfohlen. Für die einen mag es sich hier um Selbstverständlichkeiten handeln; für andere, die zum ersten Mal eine Partnerschaft mit einer niederländischen oder einer deutschen Schule anstreben, könnten sich neue und interessante Einsichten ergeben. Für diejenigen, die sich zunächst einmal mit den politischen und rechtlichen Rahmenbedingungen einer Schulbegegnung zwischen den Niederlanden und Nordrhein-Westfalen bzw. Niedersachsen vertraut machen wollen, ist Kapitel 3 gedacht. Hier haben wir die Texte zusammengestellt, die die politische und rechtliche Grundlage sowohl im Primar- wie im Sekundarbereich bilden. Dabei ist für die Lehrerinnen und Lehrer aus Nordrhein-Westfalen und Niedersachsen besonders wichtig, dass grenzüberschreitende Veranstaltungen in und mit den Niederlanden wie inländische Veranstaltungen zu behandeln sind, was das Beantragungsverfahren sehr erleichtert. Von zukunftweisender Bedeutung für die Schulpolitik ist die „Gemein- same Erklärung “ zwischen den Niederlanden und Nordrhein-Westfalen vom 25. Mai 1999, weil hier die Grundlinien der Zusammenarbeit für die kommenden Jahre vorgezeichnet werden. (Eine vergleichbare Erklärung zwischen den Niederlanden und Niedersachsen ist in Vorbereitung.) Wenn die rechtlichen Voraussetzungen geklärt sind, hat unsere Benutze- rin oder unser Benutzer vielleicht das Bedürfnis, sich über bestimmte Detailfragen einer grenzüberschreitenden Schulpartnerschaft noch genauer zu informieren. Zu diesem Zweck haben wir Kapitel 4 eingerichtet: In einem Raster, das den schnellen Überblick erleichtern soll, haben wir die wichtigsten Angaben zu den Institutionen zusammengestellt, die mit Schulpartnerschaft befasst sind. Besonderen Wert haben wir darauf gelegt, zu umschreiben, wo die Hauptaufgaben dieser Institutionen liegen, damit man selbst entscheiden kann, ob sich die Recherche hier überhaupt lohnt oder ob man nicht bei einer anderen Einrichtung passendere Hilfestellung erhalten kann. Wo es uns möglich war, haben wir auch Ansprechpartner mit Namen aufgeführt; es versteht sich von selbst, dass gerade hier sehr schnelle Wech- sel nicht ausgeschlossen werden können, so dass man unter Umständen etwas herumfragen muss, bis man an die aktuelle Information gelangt. Das Kapitel 5 mit den Tipps zur Finanzierung musste leider relativ knapp ausfallen, weil die zur Verfügung stehenden Mittel vor allem auf deutscher Seite zur Zeit nur in begrenztem Umfang vorhanden sind. Die niederländischen Schulen befinden sich demgegenüber in einer beneidens- werten Position. Wichtig für Schulen ist sicherlich auch das Kapitel 6. Hier sprechen wir praktische Fragen bei der Planung einer grenzüberschreitenden Partner- schaft an. Hilfreich erscheinen uns die Checklisten, eine Zusammenstel- lung der möglichen Themenbereiche sowie ganz besonders die Beispiele aus den verschiedenen Schulformen, die Anregungen geben sollen, aber
  18. 18. Euregionale Schoolcontacten 1 - 3 Wat biedt het vademecum? Nederlands schoolklassen geschikt zijn, of het nu pretparken betreft, musea of andere culturele voorzieningen. Het idee voor dit hoofdstuk was overigens van leerkrachten afkomstig. Op Euregionale lerarenbijeenkomsten hadden we soms gelegenheid de leraren naar hun verwachtingen ten aanzien van een ‘Euregionaal vademe- cum’ te vragen. Op deze plaats willen we ons nog een keer hartelijk bedan- ken voor de bereidwillige medewerking. We zijn ons ervan bewust dat we veel vragen open hebben gelaten (moeten laten). Om zoveel mogelijk wensen, ideeën en kritiek in het vademecum op te kunnen nemen, vragen wij u nog een keer nadrukkelijk om ons via het vra- genformulier in hoofdstuk 10, dat natuurlijk naar behoefte kan worden aangevuld, zoveel mogelijk suggesties te sturen. We zullen ons best doen deze in een supplement te verwerken. We hopen voor u (en ons) dat dit vademecum de grensoverschrijdende Euregionale samenwerking zal vergemakkelijken en bevorderen, ook in de zin van een overschrijding van de mentale grenzen, waarop het volgende hoofdstukje kort ingaat, alvorens de concrete verschillen tussen de school- systemen en de randvoorwaarden te presenteren. Namens de redactie: Dr. Angelika Spicker-Wendt Inleiding
  19. 19. Euregionale Schulbegegnung Einführung Deutsch Was bietet das Vademekum? 1 - 3 auch Probleme nicht verschweigen wollen. In diesem Kapitel finden sich zudem weiterführende Literaturangaben für diejenigen unserer Benutzerin- nen und Benutzer, die sich noch umfassender informieren wollen. Kapitel 7 hat die Aufgabe, den Blick von der Schulpartnerschaft im engeren Sinne her etwas zu weiten, und zwar auf die Frage hin, welche Fortbildungs- und Einsatzmöglichkeiten in der Grenzregion überhaupt bestehen. Es ist zu hoffen, dass gerade für Kapitel 7 in den kommenden Jahren neue Bereiche eröffnet werden können. Kapitel 9 könnte auf besonders viel Interesse bei der Lehrerschaft sto- ßen, weil wir hier erstmals versucht haben, die fünf deutsch-niederländi- schen Euregios unter dem Gesichtspunkt darzustellen, welche Stätten der Begegnung für Schulklassen geeignet sind, seien es nun Museen, Freizeit- parks oder sonstige kulturelle Einrichtungen. Die Anregung zu diesem Kapitel kam übrigens aus der Lehrerschaft selbst, die wir hier und da auf euregionalen Lehrerstudientagen nach den Erwartungen an ein ‘euregionales Vademekum’ befragen konnten. Wir möchten uns an dieser Stelle noch einmal sehr herzlich für die bereitwillige Mitarbeit bedanken und sind uns bewusst, dass immer noch viele Wünsche offen bleiben (mussten). Damit aber möglichst viele Wünsche, Ideen und Kritikpunkte in die kommende Ergänzungslieferung zum Vademekum einfließen können, bit- ten wir Sie noch einmal ganz ausdrücklich, uns mit dem Fragebogen in Kapitel 10, der natürlich beliebig ergänzt werden kann, zahlreiche Anre- gungen zukommen zu lassen. Wir werden uns nach Kräften um die entspre- chende Umsetzung bemühen. Nun wünschen wir Ihnen (und uns), dass das vorliegende Vademekum die grenzüberschreitende euregionale Zusammenarbeit erleichtert und vor- anbringt - auch im Sinne einer Überschreitung der Grenzen im Kopf, auf die im nächsten Abschnitt kurz eingegangen wird, ehe wir die konkreten Unterschiede zwischen den Schulsystemen und die Rahmenbedingungen vorstellen. Im Namen der Redaktion: Dr. Angelika Spicker-Wendt
  20. 20. Euregionale Schoolcontacten 1 - 4 Wat biedt het vademecum? Nederlands Enkele kantteken- ingen bij de Duits- Nederlandse verhouding ... een volk dat nog op het land werkte, toen de Nederlandse Republiek in de Gouden Eeuw een economische, culturele en staatkundige kracht ten toon spreidde die in de hele wereld zowel afgunst als bewondering wekte. Het Duitsland dat nog geen staatkundige eenheid had, geen beschavings- taal bezat en cultureel in het geheel niet meetelde en in alle opzichten opkeek tegen Frankrijk, Engeland en Nederland". (Thorbecke, Nederlands staatsman 19e eeuw, vader van de grondwet).1 In Nederland is de afgelopen jaren heel wat geschreven en gediscuss- ieerd over het beeld dat vooral Nederlandse jongeren van Duitsland en de Duitsers hebben. De discussie werd op gang gebracht door het intussen even beroemde als omstreden onderzoek van het instituut Clingendael uit 1993, waaruit bleek dat de Duitsers diep onderaan stonden op de sympa- thieladder van de Nederlandse jeugd.2 De bevindingen, die door twee ver- volgonderzoeken licht genuanceerd werden bevestigd3, werden breed uitgemeten in de Nederlandse media en ook de Duitse pers besteedde er ruime aandacht aan. De meest opvallende reactie kwam van het tijdschrift Der Spiegel, dat onder de fraaie titel Frau Antje in den Wechseljahren een hele coverstory aan den seltsamen Nachbarn im Westen wijdde.4 Blijkbaar bestaat er in Nederland en Duitsland grote belangstelling voor wat Nederlanders van Duitsers vinden. Omgekeerd is dat niet zo. Wat Duit- sers van Nederlanders vinden, lijkt in Nederland niemand echt te interesse- ren. Het was tenminste in Nederland lange tijd nauwelijks bekend dat het beeld dat Duitsers van Nederland en Nederlanders hebben, doorgaans heel positief is. De Holländer sind halt gut drauf, antwoordde een van de bekendste veejays van Duitsland op de vraag waarom ze zichzelf een 'Nederlandse' achternaam aangemeten had: Enie van de Meiklokjes. Het is tussen Nederland en Duitsland zoals overal in Europa: de sympa- thie van groot voor klein is ongeveer omgekeerd evenredig aan de afkeer van klein tegen groot. Deze tegenstelling bepaalt de wederzijdse beeld- vorming (klein - aardig, lief, bescheiden (tikkeltje achter); groot - arrogant, agressief en grote mond) en houdt bij de kleinere buur een latent onbe- hagen wakker dat bij een passende gelegenheid gemobiliseerd en geactual- iseerd kan worden.5 1. Geciteerd volgens: Linthout, Dik: Onbekende buren. Amsterdam/Antwerpen: Atlas 2000, p. 20. Dit is de meest recente en erg lezenswaardige publicatie over de relatie tus- sen beide buurlanden. 2. Lutsen B. Jansen: Bekend en Onbemind. Het beeld van Duitsland en Duitsers onder jongeren van vijftien tot negentien jaar. Uitgave Clingendael. Den Haag 1993. 3. Henk Dekker, Tanja Olde Dubbeling: Duitsland-beeld 1995. Onderzoek naar beelden en houdingen ten aanzien van EU-landen en -volkeren en Duitsland in het bijzonder van Nederlandse scholieren in 1995. Uitgave Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Leiden. Leiden 1995. Henk Dekker, Rob Aspeslagh, Bastiaan Winkel: Burenverdriet. Attituden ten aanzien van de lidstaten van de Europese Unie. Uitgave Clingendael. Den Haag 1997. 4. Erich Wiedeman: Frau Antje in den Wechseljahren. Der Spiegel 9 (1994), p. 172 e.v. Enkele kanttekeningen
  21. 21. Euregionale Schulbegegnung Gedanken zur deutsch-niederländischen Nachbarschaft Deutsch Was bietet das Vademekum? 1 - 4 Gedanken zur deutsch- niederländi- schen Nach- barschaft „... ein Volk, das noch auf dem Land arbeitete, als die niederländische Republik im Goldenen Jahrhundert eine wirtschaftliche, kulturelle und staatliche Kraft zu Tage förderte, die in der ganzen Welt sowohl Mißgunst als auch Bewunderung hervorrief. Das Deutschland, das noch keine staat- liche Einheit hatte, keine Hochsprache besaß und kulturell überhaupt nicht mitzählte und in jeder Hinsicht an Frankreich, England und den Niederlan- den aufblickte.“ (Thorbecke, niederländischer Staatsmann 19. Jh., Vater des Grundgeset- zes). 1 In den Niederlanden wurde in den letzten Jahren viel über das Bild, das vor allem Jugendliche von Deutschland und den Deutschen haben, geschrieben und diskutiert. Auslöser dieser Diskussion war die inzwischen gleichermaßen berühmte wie berüchtigte Befragung des Clingendael Insti- tuts 1993, der zu entnehmen war, dass die Deutschen auf der Beliebtheits- skala der niederländischen Jugendlichen ganz unten rangierten.2 Den Feststellungen, von zwei weiteren Untersuchungen leicht differenziert bestätigt 3, wurde in den niederländischen Medien viel Wert beigemessen, und auch die deutsche Presse beschäftigte sich ausführlich damit. Die auf- fälligste Reaktion fand sich in der Zeitschrift Der Spiegel, die unter dem hübschen Titel Frau Antje in den Wechseljahren dem seltsamen Nachbarn im Westen einen ganzen Leitartikel widmete.4 Scheinbar gibt es in den Niederlanden und Deutschland ein großes In- teresse dafür, was Niederländer von den Deutschen halten. Umgekehrt gilt dies nicht. Was Deutsche von den Niederländern halten, scheint in den Nie- derlanden niemand wirklich zu interessieren. Es ist jedenfalls in den Nie- derlanden kaum bekannt, dass das Bild, das Deutsche von den Niederlanden und den Niederländern haben, weitgehend sehr positiv ist. Die Holländer sind halt gut drauf, antwortete eine der bekanntesten deut- schen Veejays auf die Frage, warum sie sich einen niederländischen Nach- namen angeeignet hat: Enie van de Meiklokjes – Enie von den Maiglöckchen. Es ist zwischen den Niederlanden und Deutschland so wie anderswo in Europa auch: Die Sympathie des Großen für den Kleinen ist ungefähr umgekehrt proportional zur Abneigung des Kleinen gegenüber dem Gro- 1. Zitat nach: Linthout, Dik: Onbekende buren - Unbekannte Nachbarn. Amsterdam/Ant- werpen: Atlas 2000, S. 20. Es handelt sich hierbei um die aktuellste und sehr lesens- werte Veröffentlichung zum Verhältnis der beiden Nachbarländer. 2. Lutsen B. Jansen: Bekend en onbemind - Bekannt und unbeliebt. Das Bild von Deutschland und den Deutschen unter Jugendlichen zwischen fünfzehn und neunzehn Jahren. Ausgabe Clingendael. Den Haag 1993. 3. Henk Dekker, Taja Olde Dubbeling: Deutschland - Bild 1995. Erforschung von Bildern und Haltungen in Bezug auf EU- Länder und – Bevölkerung und Deutschland speziell niederländischer Schüler 1995. Ausgabe Fachgruppe politische Wissenschaft der Rijksuniversiteit Leiden. Leiden 1995. Henk Dekker, Rob Aspeslagh, Bastiaan Winkel: Burenverdriet - Trauer des Nachbarn. Verhaltensweisen in Bezug auf die Mitgliedsstaa- ten der Europäischen Gemeinschaft. Ausgabe Clingendael. Den Haag 1997. 4. Erich Wiedeman: Frau Antje in den Wechseljahren. Der Spiegel 9 (1994), S. 172ff.
  22. 22. Euregionale Schoolcontacten 1 - 5 Wat biedt het vademecum? Nederlands Dat is niet altijd zo geweest. Hoewel de vrede van Münster Nederland in politiek opzicht al in 1648 van het Duitse rijk scheidde en de huidige staatsgrens al in 1815 op het Weense congres is vastgesteld, ontstaan de huidige tegenstellingen pas in de loop van de negentiende eeuw, met de moderne staatsvorming in Duitsland en Nederland. Duitsland wordt onder leiding van Pruisen een zelfbewuste politieke mogendheid, Nederland houdt na de geweldige bloei in de zeventiende en achttiende eeuw definitief op een te zijn en begint als gevolg de oosterbuur als bedreigend waar te nemen, wat o.a. blijkt uit de agressieve lading die het scheldwoord mof krijgt. Voor die tijd betekende mof alleen maar nors, brompot ("Muffel"). De gebeurtenissen in mei 1940 bevestigen en versterken dit beeld. Op enkele onderbrekingen na zijn de Nederlanden vier eeuwen zelfstandig geweest; bijna twee eeuwen is het land een grootmacht en een voorbeeld voor anderen. Wat tegenwoordig bekend staat als typisch deutsche Tugenden (Fleiss, Disziplin), is van Nederlandse origine (de eerste koning van Pruisen haalt ze van Nederland naar Pruisen). Waarin een klein land groot kan zijn - de Nederlanders zijn geweldig trots op hun land.6 De bezet- ting van het land binnen tachtig uur is een traumatische ervaring geweest die ook nu nog dat latente onbehagen voedt dat dan bij passende gelegen- heden, bijv. voetbalinterlands, gemobiliseerd wordt.7 In de grensstreek, waar Nederlanders en Duitsers elkaar dagelijks (kun- nen) ontmoeten, is het niet veel anders.8 Wat wij (nog steeds) een grens- streek noemen, vormt eeuwenlang min of meer een eenheid met gezamenlijke dialecten en gebruiken. Maar in de loop van de negentiende eeuw ontstaat aan weerskanten van de grens een eigen nationaal politiek, economisch en sociaal bestel, met een eigen onderwijssysteem en taalstan- daard, die de regionale taal en cultuur gaat overheersen en laat verdwijnen. Het duidelijkst blijkt deze ontwikkeling tegenwoordig nog uit de huizen- bouw die opvallend verschilt. De eenheid resp. geleidelijke overgang van taal en cultuur in de grensstreek is onderbroken, ook al geven vooral oudere generaties nog wel eens blijk van wat de Groningse historicus Peter Groe- newold "Kulturraumsentimentalität" noemt. De staatsgrens scheidt wat eigen en wat anders is en bakent ook in de tijd zonder slagbomen het terri- 5. Steen Bo Frandsen: Dilemma's in het Noorden. Deense visies op de grote buur. In: Friso Wielenga (uitg.): De Duitse buur. Visies uit Nederland, België en Denemarken 1945- 1995. Uitgave Clingendael. Den Haag 1996, p. 123. 6. De meest opvallende bevinding in alle genoemde onderzoeken is m.i. het zeer positieve beeld van Nederland en Nederlanders, dat in zo'n opvallend contrast staat met het door- gaans negatieve zelfbeeld van Duitsers. 7. Toen Nederland in 1988 in de halve finale van de Europese kampioenschappen voetbal onder aanvoering van de uit Suriname afkomstige Ruud Gullit Duitsland versloeg en vervolgens Europees kampioen werd, karakteriseerde een groot links ochtendblad de stemming in Nederland door een Amsterdammer te citeren die van mening was dat niet de geallieerden Nederland hadden bevrijd maar Suriname. 8. Zie o.a. het onderzoek Spiegelbeeld van een grensregio dat de Euregio (Rijn-Ems-IJs- sel) 1994 naar aanleiding van het Clingendael-onderzoek heeft laten uitvoeren naar het beeld van het buurland onder volwassenen in deze grensregio. Enkele kanttekeningen
  23. 23. Euregionale Schulbegegnung Gedanken zur deutsch-niederländischen Nachbarschaft Deutsch Was bietet das Vademekum? 1 - 5 ßen. Dieser Gegensatz bestimmt das Bild vom andern (klein – nett, lieb, bescheiden (ein bisschen zurück geblieben); groß – arrogant, aggressiv und ein großer Mund) und hält beim kleineren Nachbarn ein latentes Unbeha- gen wach, das bei passender Gelegenheit mobilisiert und aktualisiert wer- den kann.5 Das ist nicht immer so gewesen. Obwohl der Friede von Münster die Niederlande in politischer Hinsicht schon 1648 vom Deutschen Reich trennte und die heutige Staatsgrenze schon 1815 beim Wiener Kongress festgelegt wurde, entstehen die heutigen Gegensätze erst im Laufe des 19. Jahrhunderts mit der modernen Staatsbildung in Deutschland und den Nie- derlanden. Deutschland wird unter der Führung Preußens eine selbstbe- wusste Staatsmacht, die Niederlande hören nach der gewaltigen Blütezeit im 17. und 18. Jahrhundert endgültig auf, eine zu sein, und sie fangen in Folge an, den Nachbarn als Bedrohung anzusehen, was u.a. die aggressive Ladung, die das Schimpfwort mof bekommt, zeigt. Davor bedeutete mof nur barsch, Muffel. Die Ereignisse im Mai 1940 bestätigten und festigten dieses Bild. Bis auf wenige Unterbrechungen sind die Niederlande vier Jahrhunderte selbstständig gewesen; fast zwei Jahrhunderte ist das Land eine Großmacht und ein Vorbild für andere. Die gegenwärtig als typisch deutsch geltenden Tugenden (Fleiss, Disziplin) sind niederländischen Ursprungs (der erste preußische König holte sie aus den Niederlanden nach Preußen): Worin ein kleines Land groß sein kann.6 Die Besetzung des Landes innerhalb von achtzig Stunden ist eine traumatische Erfahrung gewesen, die auch jetzt noch das latente Unbehagen nährt, das dann bei passender Gelegenheit, z.B. bei Fußballbegegnungen, mobilisiert wird.7 Im Grenzraum, wo Niederländer und Deutsche einander täglich begeg- nen (können), ist das nicht viel anders.8 Was wir heutzutage (noch immer) ein Grenzgebiet nennen, bildete Jahrhunderte lang eine Einheit mit gemeinsamen Dialekten und Gebräuchen. Aber im Laufe des 19. Jahrhun- derts entsteht an beiden Seiten der Grenze eine eigene nationale Politik, ein Wirtschafts- und Sozialsystem, mit einem eigenen Schulwesen und einem Sprachstandard, der die regionale Sprache und Kultur beherrscht und ver- 5. Stehen Bo Frandsen: Dilemmas im Norden. Dänische Sichtweisen gegenüber dem gro- ßen Nachbarn. In: Friso Wielenga ( Hrsg.): De Duitse buur – Der deutsche Nachbar. Sichtweisen aus den Niederlanden, Belgien und Dänemark 1945- 1995. Ausgabe Clin- gendael. Den Haag 1996, p. 123. 6. Die auffälligste Feststellung in allen genannten Untersuchungen ist meiner Meinung nach das sehr positive Bild von den Niederlanden und den Niederländern, das in einem auffälligen Gegensatz zum weit verbreiteten negativen Selbstbild der Deutschen steht. 7. Als 1988 die Niederlande im Halbfinale der Europameisterschaften im Fußball unter Leitung des aus Surinam stammenden Ruud Gullit Deutschland besiegte und später Europameister wurde, beschrieb eine große linksorientierte Morgenzeitung die Stim- mung in den Niederlanden, indem sie einen Amsterdamer zitierte, der der Meinung war, dass nicht die Alliierten, sondern Surinam die Niederlande befreit hatten. 8. Siehe u.a. Untersuchung Spiegelbeeld van een grensregio- Spiegelbild einer Grenzre- gion, die die Euregio 1994 aus Anlass der Clingendael-Untersuchung durchgeführt hat, über das Bild des Nachbarlandes von Erwachsenen in dieser Grenzregion.
  24. 24. Euregionale Schoolcontacten 1 - 6 Wat biedt het vademecum? Nederlands torium af. De Nederlander is wat de Duitser niet is en omgekeerd is de Duitser wat de Nederlander niet is. Toch kunnen ze het uitstekend met elkaar vinden, de tegenstellingen hebben nauwelijks nadelige invloed op de persoonlijke en zakelijke contac- ten. In de jaren zestig bloeit de economie in beide landen. Duitsland wordt de belangrijkste handelspartner van Nederland. Nederland profiteert van het Wirtschaftswunder dat veel Nederlandse vaklui aantrekt. De Duitsers gaan de grens over om de dingen te kopen die in Nederland goedkoper zijn en ook de Nederlanders maken gebruik van de prijs- en loonverschillen. Veel Duitse gezinnen brengen hun vakantie door aan de Nederlandse kust, de Nederlanders trekken in de zomervakantie massaal naar Eifel en Sauer- land en beide worden in het buurland naar eigen oordeel even gastvrij ont- vangen. Met het wegvallen van de grenzen zijn de persoonlijke en zakelijke contacten verder toegenomen, conflicten en botsingen zijn (buiten de al genoemde voetbalinterlands) in elk geval in de grensstreek een uitzonde- ring. Blijkbaar relativeren ontmoeting en samenwerking alle tegenstellin- gen. Dat alleen toont het belang van de contacten tussen scholen aan weers- zijden van de grens. We hopen dat dit vademecum nieuwe impulsen geeft aan bestaande en bijdraagt aan het leggen van nieuwe contacten. Namens de redactie, Derk Sassen. Enkele kanttekeningen
  25. 25. Euregionale Schulbegegnung Gedanken zur deutsch-niederländischen Nachbarschaft Deutsch Was bietet das Vademekum? 1 - 6 drängt. Am deutlichsten sichtbar ist diese Entwicklung beim Häuserbau, der auffallend anders ist. Die Einheit, d.h. langsamer Wechsel von Sprache und Kultur, ist in der Grenzregion unterbrochen, auch wenn vor allem in der älteren Generation noch das anzutreffen ist, was der Groninger Histori- ker Groenewold "Kulturraumsentimentalität“ nennt. Die Staatsgrenze trennt das eigene vom andern und grenzt auch in einer Zeit ohne Schlag- bäume das Gebiet ab. Der Niederländer ist, was der Deutsche nicht ist, und umgekehrt ist der Deutsche, was der Niederländer nicht ist. Jedoch kommen sie hervorragend miteinander aus, die Gegensätze haben kaum nachteiligen Einfluss auf persönliche und geschäftliche Kon- takte. Die sechziger Jahre sind in beiden Ländern eine wirtschaftliche Blü- tezeit. Deutschland wird der wichtigste Handelspartner der Niederlande. Die Niederlande profitieren vom Wirtschaftswunder, das viele niederländi- sche Fachleute anzieht. Die Deutschen kaufen in den Niederlanden die Dinge, die dort günstiger sind, und auch die Niederländer nutzen Preis- und Lohnunterschiede. Viele deutsche Familien verbringen ihren Urlaub an der niederländischen Küste, die Niederländer zieht es in den Sommerferien in großem Maße in die Eifel und das Sauerland, und beide werden im Nach- barland nach eigenem Urteil gleichermaßen gastfreundlich empfangen. Mit dem Wegfallen der Grenzen haben persönliche und geschäftliche Kontakte weiter zugenommen, Konflikte und Zusammenstöße sind ( abge- sehen bei den schon genannten Fußballbegegnungen) im Grenzbegiet jedenfalls eine Ausnahme. Scheinbar relativieren Begegnung und Zusam- menarbeit alle Gegensätze. Das zeigt deutlich die Bedeutung von Kontakten zwischen Schulen an beiden Seiten der Grenze. Wir hoffen, dass unser Vademekum dazu einen Beitag leistet. Im Namen der Redaktion: Derk Sassen
  26. 26. Euregionale Schoolcontacten 2 - 1 Hoe leert en onderwijst de buurman? Nederlands 2. Hoe leert en onderwijst de buurman? Een vergelij- king van het schoolsys- teem in Nederland, Nordrhein- Westfalen en Nieder- sachsen door Angelika Spicker-Wendt A Algemeen deel a) Grondslagen b) Onderwijsinspectie c) Organisatie en inrichting van het onderwijs 1. Financiering 2. Opleiding en aanstelling van leraren 3. Lesinhouden 4. Schoolinterne medezeggenschap d) Leerplicht e) Kosten voor de ouders f) Onderwijsverzorging g) School- en onderwijscultuur h) Actuele ontwikkelingen B Opbouw van de schoolsystemen a) Primair onderwijs b) Voortgezet onderwijs c) Beroepsonderwijs d) Volwassenenonderwijs Afsluitende opmerkingen C Schematisch overzicht en afkortingen Met dank aan de collega's in Nederland en Duitsland die deze vergelij- king van kritisch en aanvullend commentaar hebben voorzien. Een doel van de grensoverschrijdende onderwijssamenwerking zou kunnen (en moeten) zijn: leren welke wegen het buurland bewandelt om het onderwijs aan te passen aan de eisen van de toekomst. In een steeds sterker samengaand Europa moet het vanzelfsprekend zijn om eens een kijkje bij de buren te nemen. Eigenlijk zou iedereen de (beleids- en onderwijs)concepten van de buurman moeten kennen en kunnen relateren aan de eigen situatie. Deze vergelijking van de schoolsystemen in Nederland, Nordrhein-Westfalen en Niedersachsen wil daarbij helpen. Algemeen
  27. 27. Euregionale Schulbegegnung Deutsch Wie lernt und lehrt man beim Nachbarn? 2 - 1 2. Wie lernt und lehrt man beim Nachbarn? Das Schul- system in den Nieder- landen, in Nordrhein- Westfalen und Nieder- sachsen im Vergleich von Angelika Spicker-Wendt A Allgemeiner Teil a) Grundlagen b) Schulaufsicht c) Gestaltungsmöglichkeiten der Schulen 1. Finanzierung 2. Ausbildung und Einstellungsverfahren der Lehrer 3. Lehr- und Lerninhalte 4. Schulinterne Mitbestimmung d) Schulpflicht e) Kosten für die Eltern f) Schulbetrieb g) Schul- und Unterrichtskultur h) Aktuelle Entwicklungen B Aufbau der Schulsysteme a) Primarstufe b) Sekundarstufe c) Berufliche schulische Bildung d) Zweiter Bildungsweg Abschließende Gedanken C Schematische Übersicht und Abkürzungen Dank an die Kolleginnen und Kollegen in den Niederlanden und in Deutschland, die diesen Vergleich kritisch kommentiert und ergänzt haben. Ein Ziel der grenzüberschreitenden schulischen Arbeit könnte (und sollte) darin liegen, voneinander zu lernen, welche Wege im Nachbarland eingeschlagen werden, um die Schule den Anforderungen der Zukunft anzupassen. In einem immer stärker zusammenwachsenden Europa muss der Blick über den jeweiligen ‘Gartenzaun’ selbstverständlich sein, ja jeder sollte die (schulpolitischen und unterrichtlichen) Konzepte des Nachbarn kennen und zu der eigenen Situation in Beziehung setzen können. Der vorliegende Vergleich der Schulsysteme in den Niederlanden, in Nordrhein-Westfalen und in Niedersachsen möchte eine Hilfestellung dazu geben. Allgemein
  28. 28. Euregionale Schoolcontacten 2 - 2 Hoe leert en onderwijst de buurman? Nederlands Algemeen deel Voordat we de schoolsystemen nader vergelijken, moeten we er eerst op wijzen dat we wel van een Nederlands schoolsysteem kunnen spreken (al komen er in de praktijk vele varianten voor), maar niet van een 'Duits' schoolsysteem. De 16 Duitse deelstaten hebben allemaal een eigen school- systeem. Wij beperken ons in het volgende tot de schoolsystemen van de deelstaten Nordrhein-Westfalen (NRW) en Niedersachsen, die direct aan Nederland grenzen. a) Grondslagen Het fundamentele verschil tussen het Nederlandse en Duitse onderwijs is de „vrijheid van onderwijs“, die in Nederland al in 1848 in de grondwet is vastgelegd (art. 23 van de grondwet). De Nederlandse overheid heeft het m.a.w. niet alleen voor het zeggen op het vlak van onderwijs, wel is er een spanningsveld tussen centraal bestuur en decentralisering. De vrijheid van onderwijs heeft betrekking op drie zaken. Ten eerste op het recht van elke burger een school op te richten: „vrijheid van stichting“ (waarbij uit een enquête onder de ouders moet blijken dat er ook op langere termijn voldoende belangstelling bestaat: momenteel 300, 200 in grote ste- den). Ten tweede op de vrijheid van levensbeschouwelijke richting van de school „vrijheid van richting“ (momenteel zijn ong. 70 % van de scholen particuliere, bijzondere scholen, slechts ong. ca. 30 % staatsscholen, d.w.z. openbare scholen. Ten derde op de organisatie en inrichting van het onder- wijs: vrijheid van inrichting. Particuliere (bijzondere) scholen zijn niet hetzelfde als de Duitse "Pri- vatschulen", die soms nogal elitair willen zijn. Bijzondere scholen zijn scholen met een religieuze, levensbeschouwelijke denominatie zoals rooms-katholiek, christelijk-protestants, islamitisch, joods, antroposofisch en hindoeïstisch. Ook deze scholen worden allemaal door de overheid gefi- nancierd. Er bestaan Montessori-scholen (Maria Montessori), Dalton-scholen (Helen Parkhurst) en Jenaplan-scholen (Peter Petersen) van bijzonder en openbaar onderwijs. Daarentegen staat in de bondsrepubliek Duitsland volgens artikel 7 van de grondwet het hele onderwijs onder toezicht van de staat. De bevoegd- heden in het onderwijs zijn door de federatieve structuur van de bondsrepu- bliek verdeeld tussen bond en deelstaten. Het grootste deel van de bevoegdheden ligt bij de deelstaten: de culturele autonomie ("Kulturho- heit") van de deelstaten beslaat de sectoren cultuur, opvoeding (dus onder- wijs), wetenschap en onderzoek (de universitaire sector dus). Om ervoor te zorgen dat het onderwijs in de deelstaten niet te ver uit elkaar komt te liggen, hebben de deelstaten op 14 oktober 1971 een akkoord gesloten met bindende regels voor leerplicht, organisatievormen, erkenning van examens en diploma's enz. („Abkommen zwischen den Län- dern der Bundesrepublik Deutschland zur Vereinheitlichung auf dem Gebiet des Schulwesens“). De onderwijsministeries ("Kultusministerien") Algemeen
  29. 29. Euregionale Schulbegegnung Deutsch Wie lernt und lehrt man beim Nachbarn? 2 - 2 Allgemeiner Teil Bevor die Schulsysteme im Detail verglichen werden, ist grundsätzlich festzuhalten, dass wir zwar von einem niederländischen Schulsystem spre- chen können (so viele Varianten an den einzelnen Schulen in der Realität auch auftreten), nicht jedoch von einem ‘deutschen’ Schulsystem, handelt es sich hierbei doch um die 16 Schulsysteme der 16 Bundesländer. In den folgenden Ausführungen stehen die Schulsysteme der Bundesländer Nor- drhein-Westfalen (NRW) und Niedersachsen im Mittelpunkt, weil diese beiden Bundesländer den Niederlanden unmittelbar benachbart sind. a) Grundlagen Der grundlegende Unterschied zwischen dem niederländischen und dem deutschen Schulwesen liegt in der „vrijheid van onderwijs“ (Bil- dungsfreiheit; Art. 23 van de Grondwet), die in den Niederlanden bereits 1848 in der Verfassung verankert wurde. Es gibt also kein staatliches Schulmonopol, allerdings ein gewisses Spannungsfeld zwischen Dezentra- lität und Zentralität. Die „vrijheid van onderwijs“ bezieht sich auf dreierlei: Zum einen auf das Recht jedes einzelnen Bürgers, eine Schule zu gründen: „vrijheid van stichting“ (wobei eine Erhebung unter den Eltern nachweisen muss, dass ein genügendes - auch längerfristiges - Interesse daran besteht: derzeit min- destens 200, in Großstädten 300 Eltern); zum anderen auf die Freiheit in der weltanschaulichen Ausrichtung der Schule: „vrijheid van richting“ (zur Zeit sind ca. 70 % der Schulen private [‘bijzondere’] und nur ca. 30 % staatliche bzw. öffentliche [‘openbare’] Schulen); und zum dritten auf die Gestaltungsfreiheit der Schulen: „vrijheid van inrichting“. Private (‘bijzondere’) Schulen in den Niederlanden sind nicht mit deut- schen ‘Privatschulen’ gleichzusetzen, denen mitunter ein etwas elitärer Anspruch anhaften kann, sondern Schulen mit religiöser oder weltanschau- licher Grundüberzeugung. Dazu gehören römisch-katholische, christlich- protestantische, islamische, jüdische, anthroposophische und hinduistische Schulen, die alle auch staatlich finanziert werden. Es gibt sowohl öffentliche als auch private Schulen, deren Unterricht auf den pädagogischen Prinzipien z.B. von Maria Montessori, Helen Park- hurst (Dalton) oder Peter Petersen (Jenaplan) beruhen. Demgegenüber steht in der Bundesrepublik Deutschland nach Artikel 7 des Grundgesetzes das gesamte Schulwesen unter der Aufsicht des Staa- tes. Die Zuständigkeiten im Bildungswesen sind wegen der föderativen Struktur der Bundesrepublik zwischen Bund und Ländern aufgeteilt. Der überwiegende Teil der Kompetenzen liegt dabei bei den Bundesländern: die „Kulturhoheit“ der Bundesländer bezieht sich auf die Bereiche Kultur, Erziehung (also Schulwesen), Wissenschaft und Forschung (also Hoch- schulbereich). Eine gemeinsame und vergleichbare Grundstruktur des Schulwesens wird jedoch durch das „Abkommen zwischen den Ländern der Bundesre- publik Deutschland zur Vereinheitlichung auf dem Gebiet des Schulwe- Allgemein
  30. 30. Euregionale Schoolcontacten 2 - 3 Hoe leert en onderwijst de buurman? Nederlands van de deelstaten onderhouden een bureau in Bonn dat ervoor zorgt dat de regels worden bijgewerkt. Dit bureau heet „Ständige Konferenz der Kultus- minister der Länder in der Bundesrepublik Deutschland“ en wordt meestal afgekort als KMK ("Kultusministerkonferenz"). In NRW en Niedersachsen zijn scholen over het algemeen gemeente- scholen, vergeleken met Nederland zijn er maar weinig particuliere scholen (meestal confessioneel). Als er een particuliere school in plaats van open- bare school moet komen, moeten de bevoegde onderwijsinstanties van de deelstaat deze school als "Ersatzschule" erkennen. b) Schoolinspectie De ministeries voor onderwijs in Nederland en Duitsland hebben dezelfde taak: het onderwijs wettelijk regelen en daarop toezicht houden. In feite is echter de onderwijsinspectie in Duitsland veel breder opgezet dan in Nederland, waar de vrijheid van onderwijs het belangrijkste principe is. (Ondanks dit principe bestaat er wel een dicht net van curriculaire voor- schriften voor basisonderwijs tot en met universiteit). De onderwijsministeries van de deelstaten (NRW: Ministerium für Schule, Wissenschaft und Forschung in Düsseldorf; Niedersachsen: Nie- dersächsisches Kultusministerium in Hannover) regelen als hoofdinspectie ("oberste Schulaufsicht") de ontwikkeling van het onderwijs via beschik- kingen ("Erlasse"). Voor de bestuurlijke uitvoering maken de ministeries in NRW en Nie- dersachsen gebruik van een onderliggende bestuurslaag, het districtsbe- stuur ("Bezirksregierung"), dat een soort schakel tussen ministerie en regionale en lokale overheid ("Kreis", gemeente) vormt. Bij de "Bezirksre- gierung" is in NRW de inspectie over het voortgezet , het beroeps- en het volwassenenonderwijs ondergebracht ("obere Schulaufsicht") met uitzon- dering van de "Hauptschule" (VMBO) en het speciaal onderwijs ("Sonder- schulen"), in Niedersachsen voert de Bezirksregierung ook de inspectie over het basisonderwijs ("Grundschulen"). NRW is verdeeld in de Bezirksregierungen Arnsberg, Düsseldorf, Mün- ster, Detmold en Köln, Niedersachsen in de Bezirksregierungen Braunsch- weig, Hannover, Lüneburg en Weser-Ems. De Bezirksregierungen voeren de inspectie uit via beschikkingen ("Verfügungen"). Bij de Bezirksregierungen zijn door het ministerie aangestelde inspec- teurs ("Dezernenten") werkzaam. Dit zijn de directe superieuren van de schoolleiding en de leerkrachten in hun sector en zij beslissen in die hoeda- nigheid ook over promotie en overplaatsing. In NRW is de inspectie voor "Grundschulen" (basisonderwijs), "Haupt- schulen" (VMBO) en “Sonderschulen” (speciaal onderwijs) ondergebracht op een lagere bestuurslaag, de "Kreise" of "kreisfreie Städte". (De "Kreis" is een bestuur waarin kleine gemeenten samenwerken voor taken die buiten het bereik van kleine gemeente liggen. Grote steden of gemeenten kunnen de meeste taken zelf uitvoeren en zijn dus "kreisfrei"). De inspecteurs Algemeen
  31. 31. Euregionale Schulbegegnung Deutsch Wie lernt und lehrt man beim Nachbarn? 2 - 3 sens“ (vom 14.10.1971) gewährleistet, in dem die Bundesländer verbindliche Regelungen über Schulpflicht, Organisationsformen, Aner- kennung von Prüfungen und Abschlüssen usw. getroffen haben. Die „Stän- dige Konferenz der Kultusminister der Länder in der Bundesrepublik Deutschland“ (KMK=Kultusministerkonferenz) sorgt als in Bonn ansäs- sige Institution dafür, dass die Regelungen aktualisiert werden. In NRW und Niedersachsen befinden sich die Schulen in der Regel in kommunaler Trägerschaft; im Vergleich zu den Niederlanden gibt es nur wenige private (meist konfessionelle) Schulen. Sofern eine private Schule die öffentliche Schule ersetzen will, benötigt sie die staatliche Anerken- nung durch die Schulbehörden der Länder als ‘Ersatzschule’. b) Schulaufsicht Zwar haben die für das Schulwesen zuständigen Ministerien in den Nie- derlanden und in Deutschland im Prinzip dieselbe Aufgabe, nämlich das Schulwesen gesetzlich zu regeln und zu beaufsichtigen, tatsächlich ist die Schulaufsicht in Deutschland aber umfassender angelegt als in den Nieder- landen, wo die „vrijheid van onderwijs“ Grundprinzip ist (was allerdings ein dichtes Netz curricularer Vorschriften von der Grundschule bis zur Uni- versität nicht ausschließt). Die Kultusministerien der Bundesländer (NRW: Ministerium für Schule, Wissenschaft und Forschung in Düsseldorf; Niedersachsen: Nie- dersächsisches Kultusministerium in Hannover) regeln als oberste Schul- aufsicht die schulische Entwicklung mittels Erlassen. Zur verwaltungsmäßigen Durchführung ihrer Erlasse bedienen sich die Ministerien in NRW und Niedersachsen der Bezirksregierungen, die die obere Schulaufsicht über die Realschulen, Gesamtschulen, Gymnasien und die Schulen der beruflichen Bildung haben, in Niedersachsen auch über die Grund-, Haupt- und Sonderschulen. Die Bezirksregierungen sind die obere Schulaufsicht auch für Schulen des Zweiten Bildungsweges wie Abendre- alschulen, Volkshochschulen, Abendgymnasien und Kollegs. NRW ist in die Bezirksregierungen Arnsberg, Düsseldorf, Münster, Det- mold und Köln, Niedersachsen in die Bezirksregierungen Braunschweig, Hannover, Lüneburg und Weser-Ems aufgeteilt. Die Bezirksregierungen regeln die obere Schulaufsicht mittels Verfügungen. Bei den Bezirksregierungen sind vom Ministerium berufene Dezernen- ten tätig. Sie sind die direkten Vorgesetzten der Schulleiterinnen und Schul- leiter sowie der Lehrerinnen und Lehrer der Schulen, die zu ihrem Tätigkeitsbereich gehören. In dieser Funktion entscheiden sie auch über deren Beförderungen und Versetzungen. Die untere Schulaufsicht über Grund-, Haupt- und Sonderschulen üben in den Kreisen und kreisfreien Städten von Nordrhein-Westfalen die Schul- amtsdirektoren und Schulräte an den (staatlichen) Schulämtern aus. Allgemein
  32. 32. Euregionale Schoolcontacten 2 - 4 Hoe leert en onderwijst de buurman? Nederlands heten "Schulamtsdirektor" of "Schulrat", het kantoor heet "Schulamt". De inspectie op deze laagste bestuurslaag heet "untere Schulaufsicht". De toestemming om te reizen ("Dienstreisegenehmigung"), die Duitse leer- krachten bij internationale uitwisselingsprojecten normaliter via de school- leiding bij de inspectie aan moeten vragen, kan sinds een ministeriële beschikking van 16 maart 1995 in NRW in geval van Nederlands-Duitse uitwisselingen door de schoolleiding zelf worden gegeven (zie hoofdstuk 3: Wat zijn de randvoorwaarden). Ook in Niedersachsen geeft de schoollei- ding goedkeuring aan de 'dienstreizen' van leraren. De gemeente ("Gemeinde", "Stadt") is net als in Nederland het bevoegd gezag voor de school ("Schulträger"). De desbetreffende afdeling van de gemeente ("Schulverwaltungsamt", in Niedersachsen "Schulämt") regelt alles wat met de inrichting en het gebouw te maken heeft (ze financieren dus de faciliteiten van de school) en dragen ook de kosten voor niet-onder- wijzend personeel zoals secretaresse en conciërge. Het Nederlands ministerie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCenW) oefent het centraal bestuur uit door middel van het uitvaardigen van wettelijke voorschriften voor de oprichting en financiering van onder- wijsinstellingen, kwaliteits- en exameneisen, vakken, rechtspositie van leraren etc. OCenW zorgt ook voor onderwijsinnovaties. Onder dit centrale bestuur vallen zowel de bijzondere als openbare scholen. De inspectie van het onderwijs staat onder leiding van de inspecteur- generaal van het onderwijs, het ministerie heeft de eindverantwoordelijk- heid. De inspectie houdt zowel in het bijzonder als openbaar onderwijs toe- zicht op het volgen van de wettelijke voorschriften vooral m.b.t. de kwaliteit van het onderwijs. De inspectie stimuleert verder de ontwikkeling van het onderwijs en adviseert de minister. De inspectie is verdeeld in vier afdelingen (kantoor hoofdinspecteur): voor primair onderwijs, voortgezet onderwijs, beroeps- en volwassenene- ducatie en hoger onderwijs. Twaalf over het land verdeelde rijksinspectie- kantoren oefenen regionaal in hun district de inspectie uit. De inspecteurs zijn geen superieuren zoals de "Dezernenten", maar kun- nen wel op elk moment scholen bezoeken. Ze hebben recht op alle gewenste informatie om evaluaties uit te kunnen voeren. Met behulp van het procesmanagement voor het primair en voortgezet onderwijs zorgt OCenW ervoor dat scholen de nieuwste ontwikkelingen op het vlak van didactiek en methodiek blijven volgen, dat ze dus 'op de hoogte' blijven. Natuurlijk gaan innovatieve ontwikkelingen ook uit van de leraren en de scholen zelf. Nederlandse scholen reageren zelf op maatschappelijke veranderingen en problemen (zoals roken op school, alcohol bij schoolactiviteiten of inrichting van laptop-klassen), dus in zekere zin 'vanaf de basis' en indivi- dueel, terwijl in Duitsland de belangrijkste regelingen via beschikkingen en verordeningen 'van boven' worden opgelegd. Algemeen
  33. 33. Euregionale Schulbegegnung Deutsch Wie lernt und lehrt man beim Nachbarn? 2 - 4 Dienstreisegenehmigungen, die bei internationalen Austauschprojekten normalerweise über die Schulleitung bei der Schulaufsicht eingeholt wer- den müssen, sind bei nordrhein-westfälisch-niederländischen Austausch- veranstaltungen nach einem Erlaß des Ministeriums vom 16. März 1995 in NRW von den jeweiligen Schulleitungen selbst auszusprechen (vgl. auch Kapitel 3: Welche Rahmenbedingungen gibt es?). Auch in Niedersachsen genehmigt der Schulleiter die Dienstreisen der Lehrkräfte. Die Städte und Gemeinden regeln als Schulträger über die Schulverwal- tungsämter (in Niedersachsen: Schulämter) für die Schulen ihres Bereiches alle Fragen, die mit der Ausstattung und dem Schulgebäude zu tun haben (sie finanzieren also die sogenannte ‘sächliche Ausstattung’ der Schulen). Die Schulträger tragen auch die Kosten für das Hauspersonal wie Sekretä- rin und Hausmeister. Das niederländische nationale Ministerium für Bildung, Kultur und Wissenschaft (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen = OCenW) übt eine zentrale Leitungsfunktion aus, indem es gesetzliche Vor- schriften über die Gründung und Finanzierung von Bildungseinrichtungen, über die Qualitäts- und Leistungsanforderungen, über den Fächerkanon, die Rechtsstellung der Lehrkräfte usw. erlässt und Innovationen im Bil- dungswesen initiiert. Diese Leitungsfunktion gilt für alle privaten und staatlichen Schulen. Die Schulaufsicht („Inspectie van het Onderwijs“) wird unter der Lei- tung des Generalinspekteurs für das Unterrichtswesen (Inspecteur-Gene- raal van het Onderwijs) durchgeführt, für die der Minister für Bildung, Kultur und Wissenschaft die letzte Verantwortung hat. Die Schulaufsichts- behörde überwacht sowohl an den staatlichen wie auch an den privaten Schulen die Einhaltung der gesetzlichen Vorschriften besonders hinsicht- lich der Qualität des Unterrichts, fördert die unterrichtliche Entwicklung und berät den Minister. Die Schulaufsicht ist in vier stufenbezogene Einrichtungen („Kantoor Hoofdinspecteur“) aufgegliedert, die den Bereichen Primarunterricht (PO=Primaironderwijs), Sekundarunterricht (VO=Voortgezet Onderwijs), Berufs- und Erwachsenenunterricht (BVE=Beroeps- en Volwassenenedu- catie) sowie dem Hochschulbereich (HO=Hoger Onderwijs) zugeordnet sind. Zwölf über das ganze Land verteilte Nationale Schulaufsichts- behörden (Rijskinspectiekantoren=RIK) nehmen darüber hinaus in ihren Bezirken die regionale Schulaufsicht wahr. Die für die Schulaufsicht tätigen Inspekteure haben keine Vorgesetzten- funktion wie die Dezernenten, haben aber jederzeit Zugang zu den Schulen und das Recht, alle gewünschten Auskünfte zu erhalten, um Evaluierungen durchführen zu können. Mit Hilfe des „procesmanagement“ für den Primar- und Sekundarunter- richt sorgt das OCenW dafür, dass sich die Schulen den neuen didaktisch- methodischen Entwicklungen anpassen, dass sie also „auf der Höhe der Allgemein
  34. 34. Euregionale Schoolcontacten 2 - 5 Hoe leert en onderwijst de buurman? Nederlands c) Organisatie en inrichting van het onderwijs 1. Financiering Nederlandse scholen beheren hun schoolbudget autonoom. Het budget is afhankelijk van het leerlingenaantal, van het schooltype, de complexiteit van de school, het aantal sociaal zwakke leerlingen en het aantal allochtone leerlingen. Het budget wordt door het ministerie van OCenW toegewezen. Ook het bijzonder onderwijs wordt volledig (dus inclusief docentensalaris- sen) door de overheid gefinancierd onder de voorwaarde dat ze zich net als de openbare scholen houden aan de voorschriften van het ministerie. Wan- neer er via het bestuur van de school extra middelen komen, staat het bij- zonder onderwijs er financieel beter voor dan het openbare onderwijs. De scholen betalen uit hun budget de leerkrachten volgens centraal vast- gelegde, landelijke salarisschalen (gepubliceerd in de brochure "Financiële arbeidsvoorwaarden sector Onderwijs en Wetenschappen"). Scholen beste- den hun budget zelfstandig, met een grote vrijheid van handelen. Scholen kunnen bijv. proberen om jongere en duidelijk 'goedkopere' leerkrachten aan te stellen en de (veel) 'duurdere' oudere docenten de VUT in te praten. Ze kunnen zelfs een hele formatieplaats bezuinigen en met het geld compu- ters kopen, een administratieve kracht betalen of verbouwingen financie- ren. Die vrijheid kan evt. nadelige gevolgen hebben (te grote klassen, te zware administratie). Met deze zog. lump sum financiering wordt in Nordrhein-Westfalen pas nu onder de naam "Budgetierung" aan sommige scholen geëxperimenteerd. Gebruikelijk is de tweegedeelde financiering, dat het onderwijzend perso- neel betaald wordt door de deelstaat en het niet-onderwijzend personeel (secretaresse, conciërge) en de overige kosten door de gemeente, waar een schoolcommissie ("Schulausschuss") met vertegenwoordigers van de poli- tieke partijen in de gemeenteraad de besluiten neemt. Wel wordt het beheer over bepaalde begrotingsposten (bijv. lesmateriaal, bureaubenodigdheden, vakliteratuur voor de docentenbibliotheek enz.) steeds meer aan de scholen zelf overgedragen. In Niedersachsen wordt al het lesmateriaal, dus schoolboeken en materi- aal voor zelfstandig leren, betaald door de deelstaat, die de school een bud- get geeft voor de aanschaf van leermiddelen. Verder krijgen scholen in Niedersachsen budgetten voor reizen (schoolreisjes, excursies, enz.), leer- lingenuitwisseling (reiskosten voor docenten) en schoolinterne nascholing. Doordat de door de deelstaat toegewezen budgetten elkaar dekken, heeft de schoolleiding of een door de lerarenvergadering ingestelde budgetcommis- sie de mogelijkheid prioriteiten te stellen. Particuliere scholen ("private Schulen") worden door het bestuur ("Schulträger") en door overheidssubsidies gefinancierd. Algemeen
  35. 35. Euregionale Schulbegegnung Deutsch Wie lernt und lehrt man beim Nachbarn? 2 - 5 Zeit“ bleiben. Selbstverständlich treiben auch innovative Entwicklungen ‘aus dem Feld’ der Lehrerschaft Unterricht und Schule voran. Insgesamt gesehen reagieren die Schulen in den Niederlanden von sich aus, also gewissermaßen ‘von unten’ und individuell, auf gesellschaftliche Veränderungen und Probleme (wie Rauchen in der Schule, Alkohol bei Schulveranstaltungen oder die Einrichtung von Laptop-Klassen), während in Deutschland wichtige Regelungen in Erlassen und Verfügungen vorge- geben werden. c) Gestaltungsmöglichkeiten der Schulen 1. Finanzierung Niederländische Schulen verwalten ihre Schulbudgets autonom. Das Budget ist von der Schüleranzahl abhängig, aber auch vom Schultypus, von der Komplexität der Schule sowie von der Zahl sozial schwächerer Schüler und von dem Anteil an Schülern ausländischer Herkunft („allochtone leer- lingen“), und wird den Schulen vom nationalen Bildungsministerium (OCenW) zugewiesen. Auch die privaten Schulen werden voll (also einschließlich der Lehrergehälter) vom Staat finanziert, sofern sie sich - wie die öffentlichen Schulen - den Vorschriften des Ministeriums unterord- nen. Kommen dann noch Zuschüsse des privaten Schulträgers dazu, so können private Schulen finanziell besser gestellt sein als die öffentlichen Schulen. Die Schulen entlohnen von ihrem Budget die Lehrkräfte entsprechend einem zentral festgelegten und landeseinheitlichen Stufensystem (publi- ziert in der Broschüre „Financiële arbeidsvoorwaarden sector Onderwijs en Wetenschappen“) und bestreiten darüber hinaus selbständig alle anderen Ausgaben, wobei ihnen große Entscheidungsspielräume eingeräumt wer- den. So könnten Schulen beispielsweise versuchen, (deutlich) ‘billigere’ jüngere Lehrkräfte anzustellen und die (viel) ‘teureren’ älteren zum vorge- zogenen Ruhestand zu überreden. Sie können sogar eine komplette Lehrer- stelle einsparen und mit dem Geld Computer kaufen, eine Verwaltungskraft finanzieren oder Umbauten durchführen. Ungünstige Entwicklungen (zu große Klassen, zu umfangreiche Verwaltung) sind dabei nicht immer aus- zuschließen. Die Budgetierung wird an nordrhein-westfälischen Schulen derzeit erst in Teilbereichen erprobt. Üblich ist noch eine zweigeteilte Finanzierung: Das Lehrpersonal wird vom Bundesland bezahlt, das schulische Personal (Sekretärin, Hausmeister) und die Sachmittel trägt die zuständige Kom- mune, in deren Schulausschuss die entsprechenden Beschlüsse gefaßt wer- den müssen. Der Schulausschuss setzt sich aus Vertretern der in den Gemeinderäten sitzenden politischen Parteien zusammen. In zunehmen- dem Maße wird den Schulen jedoch eine eigenständige Budgetverwaltung bestimmter Haushaltstitel des Verwaltungshaushaltes übertragen (z.B. Lehrmittel, Büromaterial, Fachliteratur für die Lehrerbibliothek usw.). Allgemein
  36. 36. Euregionale Schoolcontacten 2 - 6 Hoe leert en onderwijst de buurman? Nederlands 2. Opleiding en aanstelling van leraren In Nederland word het personeel van de school (schoolleiding, onder- wijzend en niet-onderwijzend personeel) door het bevoegd gezag uitge- zocht en aangesteld. Het bevoegd gezag voor bijzondere scholen is het schoolbestuur, voor openbare scholen het gemeentebestuur: college van burgemeester en wethouders of gemeenteraad. De schoolleiding kan maar hoeft niet door opgeleide leraren te worden uitgeoefend. Het is heel goed mogelijk dat een lid van de schoolleiding uit het management komt. Formeel is het bevoegd gezag de superieur van de leerkracht, in de prak- tijk heeft de schoolleiding daarvoor het mandaat. Het dienstverband van de Nederlandse leraren lijkt wel op dat van ambtenaren, maar ze kunnen in principe worden ontslagen, bijvoorbeeld als er op school geen vraag meer naar het vak is. Omdat leraren in Nederland in de regel slechts voor één vak worden opgeleid, zijn vooral jonge leraren die nog geen of weinig rechten hebben opgebouwd, sterk afhankelijk van de vraag. In principe hebben leerkrachten in het basisonderwijs een opleiding gehad aan een pedagogische academie voor basisonderwijs (PABO, waar- voor in Duitsland geen directe tegenhanger bestaat). De leraren eerste fase voortgezet onderwijs hebben hun vak praktijkgericht in vier jaar aan een HBO gestudeerd. De docenten in de tweede fase hebben een vierjarige wetenschappelijke opleiding gevolgd aan een universiteit en vervolgens een praktijkgerichte opleiding doorlopen. Een "Referendariat", de tweejarige praktijkfase van de Duitse lerarenop- leiding, kent men in Nederland voor de eerste fase voortgezet onderwijs niet. Het 4e studiejaar doorlopen de aankomende leraren overwegend als leraar in opleiding (LIO) op scholen, waar ze door mentoren en lerarenop- leiders worden begeleid. De aankomende docenten tweede fase doen na de universitaire studie een praktische opleiding, die 12 tot 18 maanden duurt en eerder te vergelijken valt met het Duitse "Referendariat". Deze oplei- ding wordt verzorgd door een Universitair Centrum voor de Lerarenoplei- ding (ULO). Elke universiteit heeft zo'n centrum, dat door universitaire docenten en schoolmentoren didactisch en pedagogisch wordt begeleid. Centraal staat het opdoen van veel leservaring op school. De leraren kunnen in Nederland al met 21 of 22 opgeleid voor de klas staan. Dan hebben ze met 17 of 18 de HAVO gedaan en vervolgens na een vierjarige studie aan de HBO een bevoegdheid voor de eerste fase gehaald. De leraren voor de tweede fase zijn wat ouder, ten minste 23 of 24 (met 18 of 19 VWO-diploma, dan 4 jaar studie en 1 jaar lerarenopleiding). Het ligt voor de hand dat deze opleidingsstructuur effecten heeft op de schoolcul- tuur. Algemeen
  37. 37. Euregionale Schulbegegnung Deutsch Wie lernt und lehrt man beim Nachbarn? 2 - 6 In Niedersachsen werden die Lehrmittel, also die Schulbücher und auch die Materialien für die Freiarbeit, vom Land bezahlt. Der Schule wird hier- für ein Lehrmittelbudget zur Verfügung gestellt, aus dem sie alle Lernmittel für die Schüler anschaffen muss. Ferner erhalten die Schulen in Nieder- sachsen Budgets für Schulfahrten (Klassenfahrten, Studienfahrten, Wan- derfahrten usw.), Schüleraustauschfahrten (Reisemittel für Lehrkräfte) und schulinterne Lehrerfortbildung. Alle Landesbudgets sind in der Schule untereinander deckungsfähig und geben dem Schulleiter oder einem von der Gesamtkonferenz eingesetzten Budgetausschuss die Möglichkeit, Schwerpunktsetzungen vorzunehmen. Private Schulen werden von ihren Schulträgern und durch staatliche Zuschüsse finanziert. 2. Ausbildung und Einstellungsverfahren der Lehrer In den Niederlanden werden die an der Schule arbeitenden Personen (Schulleitung, Lehrer, nichtpädagogische Mitarbeiter) durch den jeweili- gen Schulträger ausgewählt und eingestellt. Schulträger im privaten Schul- wesen sind die Schulvorstände („het schoolbestuur“), im staatlichen Schulwesen die Gemeinderäte („het college van Burgemeester en Wethou- ders“ oder „de gemeenteraad“). Die Schulleitung kann, muss aber nicht mit ausgebildeten Pädagogen besetzt werden; es ist durchaus denkbar, dass ein Mitglied der Schulleitung aus dem Managementbereich kommt. Formeller Dienstherr bzw. Vorgesetzter der Lehrkraft ist „het bevoegd gezag“ (die zuständige Behörde); in der Praxis ist die Schulleitung oft weitgehend mandatiert. Die niederländischen Lehrer stehen zwar in einem beamtenähnlichen Anstellungsverhältnis, sind aber im Prinzip kündbar, wenn zum Beispiel der Bedarf in der Schule nicht mehr gegeben ist. Da die Lehrer in den Niederlanden in der Regel nur für ein Fach ausgebildet wer- den, ist die Abhängigkeit von der Bedarfslage in diesem Fach vor allem für junge Lehrer, die noch keine oder nur geringe Anwartschaften aufgebaut haben, sehr hoch. Grundsätzlich gilt, dass die Grundschullehrer eine Ausbildung an einer PABO (Pedagogische Academie voor het basisonderwijs) abgeschlossen haben. Die Lehrer der Sekundarstufe I haben ihr Fach sehr praxisorientiert in vier Jahren an einer Fachhochschule (HBO=Hoger Beroepsonderwijs) studiert. Die Lehrer der Sekundarstufe II haben eine vierjährige wissen- schaftliche Ausbildung an einer Universität abgeschlossen und im Anschluss daran eine praxisbezogene Ausbildung absolviert. Ein Referendariat als zweite Phase der Lehrerausbildung kennt man in den Niederlanden für die Sekundarstufe I nicht. Das 4. Studienjahr verbrin- gen die angehenden Lehrer der Sekundarstufe I überwiegend als LIOs („leraar in opleiding“ = Lehrer in der Ausbildung) an den Schulen, wo sie von (schulischen) Mentoren und Ausbildungsdozenten betreut werden. Die angehenden Lehrer der Sekundarstufe II machen nach dem Universitätsstu- dium noch eine praktische Ausbildung durch, die 12 bis 18 Monate dauert und eher mit dem deutschen Referendariat zu vergleichen ist. Sie wird von Allgemein
  38. 38. Euregionale Schoolcontacten 2 - 7 Hoe leert en onderwijst de buurman? Nederlands Zoals gezegd solliciteren de opgeleide leraren direct bij de school op een baan, waarbij tegenwoordig vaak alleen deeltijdbanen te krijgen zijn. Jonge leraren werken vaak op twee of zelfs drie scholen. Een volle forma- tieplaats met 26 of 28 lesuren per week naar gelang het schooltype bestaat in Nederland uit 10/10-eenheden, die kunnen worden verdeeld over ver- scheidene leerkrachten. Zowel bij leraren als leerlingen van de tweede fase wordt in aantal werkuren per jaar gerekend. Onder deze voorwaarden spreekt het vanzelf dat promotie door de scho- len intern worden geregeld. De inspectie is er anders dan in Duitsland niet bij betrokken. In de praktijk komen promoties echter nauwelijks voor, de Nederlandse leraren zijn in dit opzicht een duidelijk homogenere groep dan de Duitse. Ook overplaatsingen gaan altijd van de leraren of de schoollei- ding uit (gericht ronselen in een tijd van een groeiend lerarentekort is in Nederland geen uitzondering meer). Als reactie op dit bijna schrijnende lerarentekort bestaat in Nederland sinds kort het stimuleringsprogramma “Maatwerk voor morgen” voor zog. zij-instromers uit een ander beroep of met en afgebroken lerarenopleiding. De Nederlandse opleidingscentra zorgen met een intensief programma ervoor dat deze zij-instromers binnen een paar maanden voor de klas kun- nen staan. Om het lerarentekort nog op tijd en adequaat te kunnen oplos- sen, worden diverse andere maatregelen genomen (financiële prikkels, aanstelling van oud-docenten, verbetering van de status, aanstelling van moedertaalsprekers in het vreemde-talenonderwijs enz.) De Duitse leraar heeft eerst een studie gedaan aan een universiteit (voor de eerste en tweede fase ("Sekundarstufe I en II") in twee vakken, vaak zelfs met een derde bijvak om de kans op een baan te vergroten). De studie wordt afgesloten met een examen ("Erste Staatsprüfung"). Vervolgens begint hij als toekomstig ambtenaar ("Beamter auf Widerruf") in de regel met de tweejarige praktijkopleiding ("Referendarzeit"), als de Bezirksre- gierung hem tenminste een plaats ter beschikking stelt. De opleiding gebeurt op "Studienseminare" (NRW) resp "Ausbildungsseminare" (Nie- dersachsen) en op scholen. De opleiding is in NRW ingedeeld naar school- type: "Lehramt" voor primair onderwijs ("Primarstufe"), eerste en tweede fase voortgezet onderwijs ("Sekundarstufe I, Sekundarstufe II") en speciaal onderwijs ("Sonderschulen"). In Niedersachsen bestaan er "Lehrämter" voor lager, voortgezet en beroepsonderwijs. De praktische pedagogische opleiding is een aanvulling op de universitaire studie en wordt afgesloten met een examen ("Zweite Staatsprüfung"). Wanneer dit examen met goed gevolg is afgelegd, plaatst de inspectie de aankomende leraar in een tijde- lijke aanstelling op een school. Bij dit eerste dienstverband worden de leer- krachten tegenwoordig vaak lager ingeschaald dan een paar jaar geleden. In Niedersachsen krijgen jonge leraren slechts een 3/4-baan. Algemeen
  39. 39. Euregionale Schulbegegnung Deutsch Wie lernt und lehrt man beim Nachbarn? 2 - 7 einem Lehrerseminar (ULO= Universitair Centrum voor de Lerarenoplei- ding) durchgeführt, das jeder Universität angegliedert ist und das von Universitätsdozenten und Schulmentoren didaktisch und pädagogisch betreut wird. Im Mittelpunkt stehen dabei umfangreiche Unterrichtserfah- rungen an den Schulen. Die Lehrer können in den Niederlanden schon mit 21 oder 22 Jahren fertig ausgebildet vor der Klasse stehen, wenn sie nämlich die HAVO-Aus- bildung mit 17 oder 18 Jahren abgeschlossen und nach vierjährigem Stu- dium an der HBO die Lehrbefugnis für die Sekundarstufe I erworben haben. Die Lehrer der Sekundarstufe II sind etwas älter, nämlich mindes- tens 23 oder 24 Jahre alt (mit 18 oder 19 Jahren VWO-Abschluss, dann 4 Jahre Studium und ein Jahr Lehrerausbildung). Dass sich eine solche Aus- bildungsstruktur auf die Schulkultur auswirkt, liegt auf der Hand. Wie schon erwähnt, bewerben sich die ‘fertigen’ Lehrer dann unmittel- bar bei den Schulen um eine Lehrerstelle, wobei derzeit häufig nur Teilzeit- stellen zur Verfügung stehen, so dass gerade junge Lehrer nicht selten an zwei oder gar drei Schulen beschäftigt sind. Eine volle Planstelle („forma- tieplaats“) mit 26 bis 28 Wochenstunden Unterrichtsverpflichtung je nach Schulform besteht nämlich in den Niederlanden aus 10/10-Einheiten, die auf verschiedene Lehrkräfte aufgeteilt werden, wobei sowohl für Lehrer als auch für Schüler der Sekundarstufe II mit Jahresarbeitszeiten gerechnet wird. Es versteht sich unter den oben genannten Voraussetzungen von selbst, dass eventuelle Beförderungen von den niederländischen Schulen intern vorgenommen werden; die Schulaufsicht ist dabei nicht beteiligt. Aller- dings kommen Beförderungen in der Realität kaum vor, die niederländi- sche Lehrerschaft ist in dieser Hinsicht deutlich homogener als die deutsche. Auch Versetzungen gehen auf die Initiative der Lehrkräfte und Schullei- tungen zurück (gezielte Abwerbungen in Zeiten des wachsenden Lehrer- mangels sind in den Niederlanden keine Seltenheit mehr). Um dem fast dramatisch sich zuspitzenden Lehrermangel zu begegnen, fördert man in den Niederlanden seit kurzem mit dem Programm „maat- werk voor morgen“ sogenannte „zijinstromers“ (Seiteneinsteiger), die aus dem Berufsleben kommen, aber auch beispielsweise eine Lehrerausbildung nicht abgeschlossen haben können. Die niederländischen Ausbil- dungsstätten sorgen mit einem Kompaktprogramm dafür, dass solche Sei- teneinsteiger in wenigen Monaten vor der Klasse stehen können. Verschiedene weitere Maßnahmen (finanzielle Anreize, Wiedereinstel- lung von ehemaligen Lehrern, Verbesserung des gesellschaftlichen Anse- hens der Lehrer, Einstellung von Muttersprachlern im Fremdsprachenunterricht usw.) kommen hinzu, um dem „lerarentekort“ (Lehrermangel) noch rechtzeitig und angemessen zu begegnen. Allgemein
  40. 40. Euregionale Schoolcontacten 2 - 8 Hoe leert en onderwijst de buurman? Nederlands De tijdelijke aanstelling kent drie voorwaarden. Er moet behoefte zijn aan de vakkencombinatie, er moet een vacature zijn en het tweede staats- examen moet bovengemiddeld zijn afgesloten, dat wil zeggen met mini- maal een 8 (volgens het Duitse systeem een 2 of 1: zie onder). Leraren met 'tekortvakken' zoals nu wis- en natuurkunde kunnen ook nog wel met een 7 (een Duitse 3) een baan krijgen. De inspectie, die de examens afneemt, stuurt via de cijfers wie er een baan krijgt en wie niet. Na 1 tot 2 jaar volgt een vast dienstverband ("Verbeamtung auf Lebens- zeit"), de leerkracht is nu ambtenaar en in overheidsdienst. Hij kan in prin- cipe niet worden ontslagen. De vrijheid van Nederlandse scholen zelf het personeel te kunnen aan- nemen, bestaat in NRW en Niedersachsen in principe alleen bij de moge- lijkheid vacatures zogenaamd "schulscharf" te bezetten, dat wil zeggen naar de specifieke behoefte van de school. Wel moet de inspectie de selec- tie goedkeuren. Het ligt voor de hand dat dergelijke fundamentele verschillen effecten hebben op hoe leraren zichzelf zien. Nederlandse leraren voelen zich direc- ter bij hun school betrokken, in elk geval hebben ze het gevoel sneller en directer met ondersteuning van de schoolleiding beslissingen te kunnen nemen. Wel moesten de afgelopen jaren steeds meer scholen om bezuini- gingsredenen fuseren. Scholengemeenschappen met 2000 en meer leerlin- gen op verschillende locaties zijn geen uitzondering meer. Het hangt erg van het management van dergelijke mamoetscholen af of leraren zich nog als vroeger bij hun school betrokken voelen. Tel daar de jongste trend bij wegens het aanzienlijke lerarentekort leer- krachten aan te nemen die lange tijd geen les hebben gegeven, geen afge- ronde opleiding hebben, al gepensioneerd waren of via een uitzendbureau als uitzenddocenten zijn bemiddeld. We willen hier niet over de effecten speculeren, maar dat deze ontwikkeling het beeld van de leraar beïnvloedt, behoeft geen toelichting. Algemeen

×